Hernieuwbare energie in transport
CE Delft heeft uitgebreide expertise over conventionele en alternatieve energiedragers voor transport. Dit betreft zowel de technische mogelijkheden, de kosten als de effecten op klimaat en luchtvervuiling. We hebben veel kennis over EU-beleid (Renewable Energy Directive, Fuel Quality Directive, voertuignormen), en over nationaal en lokaal beleid.
Brandstoffen wegverkeer
Speerpunten
- Inschatten van huidige en toekomstige reductiepotentiëlen van energiedragers en achterliggende productieketens
- Analyse van technische, maatschappelijke en economische barrières, aan de transportkant en over de gehele keten
- Inschatten van de effecten op kosten, luchtkwaliteit en andere effecten voor betrokken partijen (bijv. administratieve lasten, total cost of ownership)
- Ontwikkeling en evaluatie van overheidsbeleid voor verduurzaming van de energievoorziening van transport (via Europese richtlijnen, nationaal beleid, fiscaal beleid, de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen)
Onze opdrachtgevers
Overheden, zoals het ministerie van Infrastructuur en Milieu
In 2013 en 2014 vormde CE Delft samen met TNO en ECN het kennisconsortium dat het ministerie ondersteunde bij het opstellen van een integrale brandstoffenvisie als één van de actiepunten uit het Energieakkoord. Voorafgaand aan deze visievorming ontwikkelde CE Delft een model, en rekende daarmee verschillende transportscenario’s voor 2050 door.
De Europese Commissie: Voor DG Energy onderzocht CE Delft de opties om biobrandstoffen op de markt te brengen om te bepalen of alleen bijmenging voldoende is voor het halen van de doelstelling
Europese en Nederlandse maatschappelijke organisaties, zoals Greenpeace, T&E en Natuur en Milieu:
Voor een aantal NGO’s onderzocht CE Delft hoe de RED- en FQD-doelstellingen ook zonder biobrandstoffen uit voedselgewassen, en dus zonder risico op indirect landgebruik, gehaald kunnen worden.
Bedrijven: CE Delft adviseert bedrijven met een wagenpark over negatieve milieueffecten van biobrandstoffen.
Uw contactpersoon
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Anouk van Grinsven































