Jaarbericht 2010
- Inleiding
- Beeldbepalende projecten in 2010
- Project: EU ETS en windfall profits voor de energie-intensieve industrie
- Project: EU Transport GHG Routes to 2050
- Project: Environmental Ship Index (ESI)
- Project: Verplichtende instrumenten energiebesparing gebouwde omgeving
- Project: Handboek Schaduwprijzen
- Project: Rijden en varen op gas
- Project: Modint Ecotool
- Project: Nederland importland
- Project: Goed gebruik van biomassa
- Project: De Nederlandse economie laten werken voor biodiversiteit
- Project: Transitieinfrastructuur: Net van de Toekomst
- Ptroject: TenneT Integrale Energievisie voor Noordwest Europa
- Project: De externe kosten van elektriciteitsproductie in beeld
- Project: Assist German expert to MBM expert group
- Project: Internalisatie externe verkeerskosten Amsterdam-Parijs
- Project: Climate effect of a modal shift to rail
- Project: Masterplan Rotterdam Vooruit
- Personeel
- Omzet en opdrachten
- Milieudruk CE Delft
Inleiding
Voor de adviezen en onderzoeken was ook in 2010 veel belangstelling in de media, over het hele jaar verschenen bijna net zoveel artikelen als in 2009 waarin het werk van CE Delft werd genoemd, 236 keer. Vanuit de missie van CE Delft, door onafhankelijk onderzoek en advies bijdragen aan een duurzame toekomst, werden af en toe ook opiniërende artikelen geschreven. Voor CE Delft kenmerkende onderwerpen waarover in de media werd bericht waren: verplicht aandeel hernieuwbare energie, vergroening belastingstelsel, Europees emissiehandelssysteem (ETS), indirecte effecten van biomassa, schonere scheepvaart, energiebesparingafspraken bedrijven en overheid, verpakkingsbelasting en ketenanalyses.
Frans Rooijers
directeur CE Delft

Beeldbepalende projecten in 2010
Intern zijn voor de 14 thema's waarop CE Delft werkt de meest beeldbepalende projecten:
- EU ETS en windfall profits voor de energie-intensieve industrie
- EU Transport GHG Routes to 2050
- Environmental Ship Index
- Verplichtende instrumenten energiebesparing gebouwde omgeving
- Handboek schaduwprijzen
- Rijden en varen op gas
- Modint Ecotool
- Nederland importland
- Goed gebruik van biomassa
- De Nederlandse economie laten werken voor biodiversiteit
- Transitie infrastructuur: Net van de Toekomst
- TenneT Integrale Energievisie voor Noordwest Europa
- De externe kosten van elektriciteitsproductie in beeld
- Assist German expert to MBM expert group
- Internalisatie externe verkeerskosten Amsterdam-Parijs
- Climate effect of a modal shift to rail
- Masterplan Rotterdam Vooruit

Project: EU ETS en windfall profits voor de energie-intensieve industrie
Het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 is sinds 2005 van kracht. Voor het grootste deel van de energie-intensieve industrie worden de rechten tot minimaal 2020 gratis verstrekt door de overheid. Het onderzoek dat CE Delft heeft uitgevoerd voor de European Climate Foundation (ECF) en het Nederlandse ministerie van Financiën heeft door middel van economische analyses en geavanceerde econometrische methodes aangetoond dat bedrijven de waarde van die gratis rechten de afgelopen jaren hebben doorberekend in hun prijzen, waardoor zij extra winsten maken. Doordat bedrijven in de EU de kosten van hun producten verhogen met de markt-waarde van de gratis verkregen emissierechten werden windfall profits gemaakt. Het bedrijfsleven heeft deze conclusies aangevochten tot aan de Tweede Kamer aan toe. Toch bleek er in oktober brede steun te zijn bij EU-beleidsambtenaren en ook bij de kersverse minister Verhagen van Economische Zaken voor de conclusies van het onderzoek van CE Delft.(zie ook onze webpagina EU ETS en onderzoek van CE Delft)

Project: EU Transport GHG Routes to 2050

Project: Environmental Ship Index (ESI)
In dit project hebben we een indicator gemaakt voor de uitstoot van zeeschepen waarop de havens van Rotterdam en Amsterdam nu en later dit jaar ook de andere grote Noord-West Europese zeehavens, hun havengelden differentiëren naar luchtverontreinigende emissies. De index is gebaseerd op de NOx-emissies van alle motoren aan boord en op het zwavelgehalte van de gebruikte brandstof. Daarnaast wordt rapportage van de energie-efficiency index beloond. CE Delft heeft een werkgroep van de verschillende havens begeleid in de ontwikkeling en het testen van de indicator. De havens geven nu aan de schoonste schepen een korting van 10% op het havengeld. Toepassing van de ESI-index leidt tot daadwerkelijke emissiereductie en heeft ook interesse gewekt voor toepassing buiten Europa. Het is ook daarom belangrijk omdat daarmee de International Maritime Organisation (IMO) niet meer de enige actieve partij is, maar ook havens mee gaan doen aan klimaat-beleid. Het heeft CE Delft sterker op de kaart gezet in de havensector. Dit is een eerste, maar wel een belangrijke stap voor de havens. Differentiatie van havengelden hebben we al verschillende malen op de agenda proberen te krijgen en is nu dus gelukt.

Project: Verplichtende instrumenten energiebesparing gebouwde omgeving
Nederland heeft moeite om de doelen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving te halen. De huidige verleidende en stimulerende maatregelen leveren onvoldoende stimulans. In opdracht van het ministerie van VROM (Wonen, Wijken en Integratie) werd vorig jaar uitgezocht wat de mogelijkheden en consequenties zijn van drie meer verplichtende beleidsinstrumenten. Voor het eerst is daarbij ook gekeken naar de financiële consequenties voor verschillende bevolkingsgroepen op basis van werkelijke energiegebruiken, in plaats van theoretische berekeningen. Ook de juridische implicaties zijn onderzocht. De schat aan informatie die het project heeft opgeleverd is essentieel voor WWI om de beleidsstrategie vast te kunnen stellen. In het project is nauw samengewerkt met ECN, milieudienst DCMR en een jurist van Oranjewoud, met CE Delft als hoofdaannemer. Door dit project staan we midden in de discussie over het beleidsinstrumentarium voor de gebouwde omgeving. Precies wat we willen met het thema.

Project: Handboek Schaduwprijzen

Project: Rijden en varen op gas
Rijden op aardgas en groen gas staat weliswaar niet zo heel sterk in de publieke belangstelling, maar is de afgelopen jaren toch aardig in opkomst. In verschillende gemeenten rijden inmiddels bussen op groen gas (o.a. in Den Haag), er komen steeds meer pompen waar het kan worden getankt en er wordt een binnenvaartschip gebouwd dat op vloeibaar aardgas (LNG) kan varen. Eerst werd aardgas vooral ingezet om de luchtkwaliteit in steden te verbeteren, de laatste tijd gaat het ook om klimaat (CO2-reductie) en wordt vooral de inzet van groen gas gepromoot. Dit onderwerp werd in het verleden vooral benaderd vanuit het perspectief van de auto-mobilist: wanneer is het voor wie rendabel? Wat nog mistte was een antwoord op de vraag of het wel goed beleid was. Er ontbrak een goed onder-bouwde analyse van de maatschappelijke kosten en baten van het rijden en varen op gas. Deze analyse hebben wij mogen uitvoeren, in opdracht van het Platform Nieuw Gas van de Energietransitie. Hierbij hebben we ook de diverse stakeholders uitgebreid betrokken. Het resultaat waren heldere en breed gedragen conclusies, o.a. dat groen gas op zich relatief duur klimaatbeleid is, maar goed scoort t.o.v. de gangbare biobrandstoffen. Het rapport heeft daarmee een goede basis gegeven voor de discussies met de stakeholders en verdere beleidsvorming.

Project: Modint Ecotool
De Modint Ecotool is een zeer robuuste tool, waarmee partijen in de textiel-keten op een eenvoudige manier een goed beeld kunnen krijgen van hoe hun productketen milieukundig in elkaar zit. De tool is door opdrachtgever, stakeholders, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties met enorm veel enthousiasme ontvangen. CE Delft heeft er op allerlei gelegenheden en voor verschillende sectoren demonstraties van gegeven. Binnen CE Delft werd de Ecotool ontwikkeld door een zeer geolied team voor toolontwerp, dataverzameling en methodiekafbakening. Verder werd samengewerkt met een externe partij met specialistische kennis van textiel-processen en diverse textielbedrijven. Voor 2011 liggen er plannen voor uitrollen naar andere sectoren en mondiale schaal voor textiel. Geen diepgaande beleidsrapportage, maar wel een nieuwe productlijn, die een bijdrage levert doordat men zich binnen veel sectoren bewust wordt van de mogelijkheden voor structurele verbeteringen.

Project: Nederland importland
Voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft CE Delft in december een studie gepresenteerd over het ruimtegebruik dat nodig is om alle door Nederland geïmporteerde goederen te produceren. Het ruimtegebruik is niet alleen beoordeeld in hectares, maar ook via expertschatting gewogen op potentiële biodiversiteitaantasting. Het ruimtegebruik van een in- en exportland als Nederland gaat over veel meer dan de eigen consumptie. De Nederlandse economie draait tenslotte ook op dat deel van de materialenstroom. Traditionele Hollandse producten als plantaardige olie en cacao hebben een grote impact op het ruimtebeslag van de Nederlandse economie op ruimtegebruik in de wereld. Deze stromen zijn dan ook speerpunten binnen het beleid gericht op verduurzaming van de internationale handel. Het rapport is gepresenteerd tijdens een workshop voor een grote groep beleidsmakers van diverse ministeries, geïnteresseerden uit bedrijfsleven en pers en in aanwezigheid van een kamerlid van D66. In het huidige politieke klimaat is er vooral aandacht voor het aspect schaarste aan materialen, maar op veel punten kan milieubeleid parallel lopen aan de zorg om schaarste.

Project: Goed gebruik van biomassa
Dit project voor de energietransitieplatforms Groene Grondstoffen, Nieuw Gas en Duurzame elektriciteit heeft op een vernieuwende wijze de inzet van biomassa in de sectoren energie, gas, transport, chemie en staal vergeleken. Daarbij is gelet op de CO2-emissies, de kosten, maar ook op het nieuwe milieuthema landgebruik. Naast een gedegen technische en economische analyse van de mogelijke biomassaketens hebben we ook een biomassabeleid voor verschillende sectoren gelegd naast onze inzichten. Van daaruit zijn we tot concrete voorstellen gekomen voor aanpassing van het beleid en die gedragen worden door de drie platforms. Onze conclusie is dat biostaal en biochemie veel meer aandacht mogen hebben, ten kosten van biotransport. We hebben deze inzichten gepresenteerd bij het ministerie van Milieu, ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Landbouw en uitkomsten zijn opgepakt door diverse media. Daarnaast heeft dit project binnen CE Delft ook goed gewerkt om samen een toekomst visie voor verschillende sectoren te ontwikkelen. Tot slot hebben we in dit project ook de culturele verschillen tussen beleid voor verschillende sectoren aangekaart (het beleid voor ex-nuts sectoren is anders dan voor altijd al commerciële sectoren, het ene ministerie werkt meer met regels, het andere met subsidie).

Project: De Nederlandse economie laten werken voor biodiversiteit
Aan de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen heeft CE Delft concrete aanbevelingen gedaan hoe het TEEB-rapport in Nederland geïmplementeerd kan worden, onder andere via vergroening van het belastingstelsel. Naast de uitwerking van een open ruimte heffing, de vleestax of een biodiversiteitsvriendelijk biobrandstoffenbeleid, doen we aanbevelingen om de discontovoet voor kosten en baten voor biodiversiteit in de verre toekomst op nul te zetten. Bijvoorbeeld bij belangrijke grote infrastructuurprojecten zoals de Afsluitdijk, een Tweede Zeesluis bij IJmuiden, de uitdieping van de Westerschelde. Deze en andere voorstellen kunnen potentieel verstrekkende gevolgen hebben binnen de Nederlandse beleidscontext, bijvoorbeeld omdat infrastructuurprojecten maatschappelijk minder snel rendabel uitpakken als biodiversiteit een prijs krijgt.

Project: Transitieinfrastructuur: Net van de Toekomst
De vraag die in het project aan de orde was, is welk soort investeringen netbeheerders nu al moeten gaan doen om de energietransitie (90% CO2-reductie in 2050) te faciliteren en welke (nog) niet. Daarbij zijn drie scenario’s gehanteerd, die uitgaan van de inzet van hernieuwbare energie, de inzet van aardgas en de inzet van kolen/kernenergie. De scenario's verschillen m.b.t. de veronderstelde toekomstige energievraag die moet worden ingevuld, de technieken en brandstoffen die worden ingezet en de verhoudingen centrale/decentrale opwekking. Ook is aandacht besteed aan de (aanpassing van) regelgeving die nodig is om de netbeheerders in staat te stellen de energietransitie doeltreffend en doelmatig te ondersteunen.Uit het rapport komt onder meer naar voren dat in 2050:
- aardgas uit het kleinverbruik verdwijnt en warmtelevering belangrijker wordt
- enkel nog fossiele brandstoffen zullen worden ingezet als de CO2 ervan wordt opgeslagen
- aanzienlijke groei van elektriciteit door elektrisch vervoer en warmte-pompen zal plaatsvinden (uitbreiding elektriciteitsnetten, zelfs bij een dalende totale energievraag)
- slimme netten en opslag nodig zijn om de fluctuerende vraag én aanbod efficiënt op te vangen
Het rekenmodel dat voor dit project is opgezet is uniek en geeft ons belangrijk overzicht op de ontwikkeling van de Nederlandse energievoorziening. We staan door dit project sterk op de kaart bij de netbeheerders en bij Netbeheer Nederland, en werken in het hart van de discussie over de energietransitie. Het effect is dat de energiebedrijven zijn gaan inzien dat de klimaatneutrale toekomst nu al relevant is voor de investeringen die ze nu doen.

Ptroject: TenneT Integrale Energievisie voor Noordwest Europa

Project: De externe kosten van elektriciteitsproductie in beeld
Investeringsbeslissingen voor nieuw elektrisch productievermogen worden nog steeds gebaseerd op de directe productiekosten die met de diverse opwektechnieken gepaard gaan. Hierdoor komt kolen vaak als goedkoopste optie uit de bus. Wanneer echter ook de externe kosten van elektriciteitsopwekking worden meegewogen in de investeringsbeslissing, verandert het beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om indirecte kosten gerelateerd aan de uitstoot van broeikasgassen, luchtvervuiling en ongevallen bij elektriciteitscentrales bij de winning en het transport van grondstoffen en de opwekking van elektriciteit. Uit de analyses voor de Vereniging Marktwerking Energie (VME) blijkt dat vooral het internaliseren van de kosten van CO2 (CO2-prijs van € 55 per ton of hoger) tot gevolg heeft dat biomassa- en windopties concurrerend worden. In het rapport wordt voor het eerst concreet inzichtelijk gemaakt dat investeringsbeslissingen anders zullen uitpakken als elektriciteitsproducenten rekening moeten houden met deze indirecte kosten, Dat is van belang, omdat de energietransitie van fossiele naar hernieuwbare energie, alleen kan worden gerealiseerd als investeringsbeslissingen NU worden omgebogen.

Project: Assist German expert to MBM expert group
CE Delft heeft de Duitse overheid advies gegeven over economische beleidsinstrumenten om de klimaatimpact van zeevaart te verminderen. Wij hebben de onder-handelaars in de IMO geadviseerd over de inrichting van een emissiehandelssysteem en analyses gedaan over de voor- en nadelen van ETS en andere systemen. Onze adviezen hebben direct bijgedragen aan het Duitse standpunt, waarin nu meer aandacht is voor de maatschappelijke kosten en baten van klimaatbeleid, en niet alleen meer in kosten en baten voor de zeevaartsector.

Project: Internalisatie externe verkeerskosten Amsterdam-Parijs
Dit project is uniek in zijn soort. Projecten over prijsbeleid voor verkeer zijn altijd gevoelig en lastig. Als een project ook nog eens meerdere opdracht-gevers heeft die uit drie verschillende landen komen en die verschillende vervoerswijzen vertegenwoordigen dan lijkt het op voorhand haast onmogelijk om dit tot een goed resultaat te brengen. Toch is dit gelukt in het project dat is uitgevoerd voor Franse, Waalse, Vlaamse, Nederlandse en Europese overheden over prijsbeleid voor de binnenvaart, weg en het spoor.Met een zeer degelijke studie die door alle partijen goed is ontvangen hebben we laten zien dat Multi-modaal prijsbeleid een forse bijdrage kan leveren aan milieudoelen op een internationale transportcorridor. Het project was zowel inhoudelijk als procesmatig een succes.

Project: Climate effect of a modal shift to rail
Binnen het project zijn de volgende stappen uitgevoerd:
- literatuuranalyse naar modal shift potentieel
- best practise analyse
- infrastructuur capaciteitsanalyse
In de conclusies wordt ook ingegaan op de mogelijkheden tot verbetering die de spoorsector zelf nog kan nemen. Dit is een belangrijk project voor CE Delft, omdat het door onafhankelijk onderzoek onze visie op modal shift onder-bouwt: niet teveel subsidie naar de aanleg van infrastructuur maar binnen de sector maatregelen nemen ter verbetering van het spoorproduct en een voorkeur voor generiek klimaatbeleid.

Project: Masterplan Rotterdam Vooruit

Personeel
Medewerkers bij CE Delft zijn hoog opgeleid en krijgen veel individuele ruimte om hun werk te verrichten. Er is een grote mate van eigen verantwoordelijkheid bij medewerkers en de organisatie is ingericht om deze cultuur te versterken. De faciliteiten om ook buiten kantoor te kunnen werken zijn hier op aangepast, werktijden kunnen flexibel ingevuld worden. Daardoor werken er ongeveer net zoveel vrouwen als mannen bij CE Delft en is het mogelijk om werk en gezin te combineren.CE Delft wil in omvang niet veel groter worden dan vijftig medewerkers, een omvang waarbij de samenwerking en het delen van kennis een meerwaarde krijgen door de onderlinge contacten. Het aantal FTE’s daalde licht t.o.v. 2009, met twee mensen minder was het aantal mensen in dienst bij CE Delft eind 2010 iets lager dan in 2009. Acht medewerkers verlieten CE Delft. Zes nieuwe medewerkers kwamen in dienst, het personeelsverloop was daarmee ongeveer gelijk aan 2009.
| Personeelsbestand | Eind 2009 | Eind 2010 |
| Aantal medewerkers in dienst | 46 | 44 |
| Aantal vrouwelijke medewerkers | 50% | 48% |
| Totaal aantal FTE | 37 | 35 |

Omzet en opdrachten
.jpg)

Milieudruk CE Delft
Ook voor onze eigen organisatie staat de zorg voor het milieu hoog op de agenda. Ons motto: zoveel mogelijk de vraag beperken en wanneer mogelijk groen inkopen en de rest ‘afkopen’ met emissierechten.
Gebouw gebonden verbruik
Op basis van controleerbare getallen (zoals energierekeningen en tikkentellers van printers) zijn de verbruikscijfers van CE Delft opgesteld en vergeleken met de meest recente overheidsbenchmark kantoren. Om energieverbruikcijfers te vergelijken tussen gebouwen van verschillende afmetingen wordt normaal gesproken het energieverbruik per m2 vergeleken. Omdat CE Delft relatief ruim behuisd is kan daardoor het verbruik per m2 relatief laag uitvallen, daarom is naast het verbruik per m2 ook gekeken naar het gebruik per voltijdaanstelling uitgedrukt in fte.
De resultaten zijn samengevat in de tabel. Hieruit komt naar voren dat het waterverbruik van CE Delft significant lager is dan dat van alle kantoren die meededen aan deze benchmark. Het elektriciteitsverbruik hoort bij de beste in de sector alleen het gasverbruik is significant hoger dan het gemiddelde overheidskantoor in deze studie. Deze resultaten worden hieronder toegelicht.
| Gebouwgebonden verbruik in vergelijking met de Milieubarometer | ||||
| Score CE Delft |
Gemiddelde score Barometer |
Beste score Barometer |
||
| Elektriciteitsgebruik | kWh/m2 | 43,0 | 96,8 | 38,0 |
| kWh/fte | 877 | 3.289 | 811 | |
| Gasverbruik | m3/m3 | 4,00 | 2,82 | 1,52 |
| m3/fte | 291 | 285 | 111 | |
| Waterverbruik | m3/fte | 3,50 | 6,92 | 1,89 |
| Papierverbruik | kg/fte | 29 | 43,7 | 14,6 |
| Opmerking: Kengetallen overheidsbenchmark kantoren 2010 (data over 2009) (n=36). Bron: Milieubarometer.nl (Stimular, 2011). |
Gasverbruik
CE Delft is sinds 1981 gevestigd in een monumentaal pand in de historische Delftse binnenstad. Ondanks het feit dat het pand in de loop der jaren is gemoderniseerd en geïsoleerd is het gasverbruik over 2009 nog relatief hoog. We verwachten dat de gasverbruikcijfers voor het stookseizoen 2010 lager zullen zijn omdat de CV-ketels inmiddels zijn vervangen door een moderne HR-ketel. Tevens is het laatste enkele glas vervangen door isolerende beglazing. Het gas dat wij verbruiken is groen gas (stortgas).
Elektriciteitsverbruik
Het elektriciteitsverbruik wordt door zuinige armaturen geminimaliseerd en standby-stroom wordt zoveel mogelijk teruggedrongen door het gebruik van aan/uitschakelbare stopcontacten bij alle computers. De stroom die wordt ingekocht, is 100% groene stroom (wind/waterkracht).
Papierverbruik Om het papierverbruik te beperken wordt er zoveel mogelijk digitaal gecommuniceerd. Ook onze rapporten zijn te downloaden via onze website. Daarnaast is het aantal printers beperkt en staan deze standaard op dubbelzijdig printen ingesteld.
Het printpapier dat wordt gebruikt heeft het label: FSC Mixed Sources. Dit geldt ook voor de enveloppen en de kladblokken.
Lunch
Elke woensdag wordt voor het personeel een lunch verzorgd. Deze lunch is (zoveel mogelijk) biologisch.
Vervoer
Woon-werkverkeer
Het aantal kilometers woon-werkverkeer wordt op dit moment nog niet bijgehouden. Wel is bekend dat minder dan 3% van de medewerkers een auto voor het woon-werkverkeer gebruikt. Daarnaast biedt CE Delft de faciliteiten om thuis te werken.
Project gerelateerd vervoer
Minder dan 20% van de gedeclareerde reiskosten betreft autokilometers, meer dan 70% betreft openbaarvervoer en de rest zijn taxikosten/OV-fiets.
Het vervoersgedrag wordt gestimuleerd door het volgende mobiliteitsbeleid:
- medewerkers stimuleren om dichter bij het werk te komen wonen (verhuispremie)
- medewerkers kunnen meedoen aan het fietsplan
- woon-werkverkeer met het openbaar vervoer wordt volledig vergoed
- thuiswerken mogelijk door inloggen vanaf huis op bedrijfsnetwerk
- proef met een Greenwheels abonnement voor locaties niet/slecht bereikbaar per openbaar vervoer
Ons motto: zoveel mogelijk de vraag beperken en wanneer mogelijk groen inkopen en de rest compenseren met emissierechten. Omdat het uit de handel halen van emissierechten de uitstoot van CO2 werkelijk vermindert. Voor 2010 is 50 ton CO2-emissierechten gekocht op de CO2-beurs (EU ETS).Emissies die hiertoe aanleiding hebben gegeven zijn:
- Het energieverbruik. Hoewel wij groene stroom/groen gas inkopen zijn wij van mening dat dit dat geen lagere CO2-emissie garandeert. Het opkopen van CO2-emissierechten garandeert dit wel.
- Het woon-werkverkeer.
- Reizen ten behoeve van projecten.

English