Logo CE Delft

Jaarbericht 2011


Voorwoord

2011 was een moeilijk jaar voor CE Delft. De omzet is van € 2,9 miljoen naar € 2,6 miljoen afgenomen doordat onze klanten met andere zaken bezig waren dan milieubeleid. Noodgedwongen is de formatie door natuurlijk verloop iets afgenomen.

Er waren voor CE Delft twee belangrijke ontwikkelingen in 2011:
- weinig aandacht voor milieubeleid bij de nationale overheid;
- toenemende serieuze aandacht bij bedrijven voor duurzaam produceren.

Doordat CE Delft vanouds veel werk doet voor de diverse ministeries heeft het een grote impact op onze orderportefeuille dat dit Kabinet nauwelijks belangstelling heeft voor het realiseren van milieudoelen. De omvang van opdrachten vanuit de Rijksoverheid is ongeveer gehalveerd. Gelukkig waren we de afgelopen jaren al duidelijk bezig om meer onderzoek te doen voor bedrijven die hun productieprocessen willen verduurzamen.  Dat zet door ondanks de economische crisis; steeds meer bedrijven zijn serieus van mening dat ze geleidelijk hun milieu-impact moeten verminderen. Het is niet zo dat CE Delft markt heeft verloren aan concurrenten, het lukt ons nog steeds om een goede score te bereiken op tenders, maar het aantal is (nationaal) sterk afgenomen. De markt voor onderzoek op het gebied van verkeer is nu nagenoeg geheel internationaal, op het gebied van energie is die enerzijds internationaler geworden maar anderzijds ook weer regionaler (gemeenten en provincies). De markt voor economisch onderzoek is vooral afgenomen. En de markt voor keten- en productanalyses is voor CE Delft toegenomen.

Doordat de groeimarkten kleiner zijn dan de markten die zijn gekrompen is per saldo de orderportefeuille afgenomen. Dit heeft geleid tot een inkrimping van het personeelsbestand en een financieel verlies in 2011. Door extra acquisitie-inspanningen en het aanboren van nieuwe markten is het exploitatiesaldo per maand nu weer positief.

Gelukkig is het toch mogelijk geweest om mooie projecten uit te voeren die passen bij onze missie. De belangrijkste zijn in het bijgaande overzicht opgenomen.

Frans Rooijers
Directeur naar boven

Project van het jaar

Aan het eind van ieder jaar houden medewerkers van CE Delft een onderlinge competitie, waarbij ze gezamenlijk beoordelen welk project volgens hen de eervolle titel ‘Project van het jaar’ krijgt. Vanuit alle thema’s worden de beste, meest interessante, moeilijkste, maatschappelijk relevantste projecten opgepoetst en in de etalage gezet. Na een eerste ronde blijven de drie hoogst scorende projecten over, de projectleiders krijgen een kans dit project nog eens toe te lichten in een speciale presentatie. De beste drie projecten van 2011 waren volgens de CE’ers:  
  • Stand van zaken implementatie Renewable Energy Directive (RED);
  • Vleeswijzer 2.0;
  • Overheidsingrepen in de energiemarkt, het speelveld voor energie.
Winnaar van de verkiezing ‘Project van het jaar’ werd uiteindelijk het rapport dat CE Delft, onderdeel uitmakend van een internationaal consortium, opstelde over de juridische implementatie van de Renewable Energy Directive (RED) in vier Europese lidstaten.
Argumenten die genoemd werden bij de uitverkiezing:
  • directe advisering aan de Europese Commissie (dichtbij het ‘vuur’);
  • kennisopbouw over verschillen in implementatiestatus van de RED en nationale actieplannen voor hernieuwbare energie in de diverse Europese lidstaten;
  • samenwerking en afstemming binnen consortium belangrijke succesfactor;
  • specifieke rol bij beoordelen implementatie duurzaamheidscriteria biobrandstoffentoets lidstaten;
  • draagt bij aan uitbouwen internationale netwerk; vervolgopdracht is verstrekt.
Stand van zaken implementatie Renewable Energy Directive (RED)
De Europese doelstelling van 20% hernieuwbaar energieverbruik in 2020 is één van de hoekstenen van het EU-energie- en klimaatbeleid en is vast-gelegd in de Renewable Energy Directive (RED). Deze overkoepelende Europese doelstelling is vertaald naar nationale doelstellingen voor de individuele EU-lidstaten. EU-lidstaten hebben in hun ‘nationale actieplannen voor hernieuwbare energie’ vastgelegd welke maatregelen zij (van plan zijn te) nemen om hun nationale doelstelling te halen. De ambities in deze plannen zijn hoog en de 20%-doelstelling lijkt binnen handbereik. Echter, de vraag is: welke concrete stappen hebben de landen tot nu toe genomen om de nationale wetgeving en het nationale beleid in overeenstemming te brengen met de voorwaarden van de RED? Om deze vraag te beantwoorden heeft het DG Energie van de Europese Commissie gevraagd om te onderzoeken hoe ver de EU-lidstaten zijn met het concreet aanpassen van nationale wet- en regelgeving zodat deze in lijn is met de RED.

De conclusie is dat de kwaliteit van de omzetting van de RED-verplichtingen in nationale wet- en regelgeving sterk verschilt tussen de lidstaten. Om volledig te voldoen aan de voorwaarden van de RED zullen bijna alle lidstaten meer inspanningen moeten leveren. Dit geldt ook voor Nederland, waar uit de recente voortgangsrapportage van de Nederlandse regering blijkt dat het aandeel hernieuwbare energie daalde van 4,1 tot 3,7% over de periode 2009-2010. De nationale doelstelling voor hernieuwbare energie voor Nederland is 14% in 2020.

Dit project werd uitgevoerd door een internationaal consortium bestaande uit Schönherr (hoofd van het consortium), Mercados EMI, CE Delft, Ecologic Institute en Point Carbon. Binnen dit consortium heeft CE Delft gekeken naar België, Nederland, Luxemburg en Ierland. CE Delft was ook betrokken bij de beoordeling van de implementatie van de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen in andere landen.

Er is een vervolgopdracht verstrekt om ook de aanvullende wetgeving van de verschillende lidstaten, te analyseren. naar boven

Project - Vleeswijzer 2.0

In opdracht van Varkens in Nood heeft CE Delft bijna honderd eiwitketens onderzocht op klimaatemissies, biodiversiteit en toxiciteit. Deze gegevens worden opgenomen in de SuperWijzer, een gratis App voor de smartphone waarmee je de barcode van een product scant en ziet hoe het scoort op diervriendelijkheid, invloed op natuur en milieu, schadelijke stoffen en de invloed op de klimaatverandering. De SuperWijzer beoordeelt meer dan 12.000 producten van 20 supermarktketens.

Uit onze analyse blijkt dat de milieu-impact van de eiwitproducten (van biefstuk tot tofu-burger) een factor 30 kan verschillen. Zo is er een groot verschil tussen de klimaatemissies van een biefstuk uit Zuid-Amerika t.o.v. een kipfilet uit Nederland. Zelfs zonder vegetariër te worden is er grote CO2-reductie te bereiken door de aankoop van bepaalde soorten vlees.

De ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Infrastructuur en Milieu reageren positief op deze enorme uitbreiding van de milieukennis over eiwitbronnen. Ook de milieubeweging heeft met deze informatie kennis in huis om het klimaatbeleid voor eiwitten verder vorm te geven. naar boven

Project - Overheidsingrepen in de energiemarkt, het speelveld voor energie

Het onderzoek ‘Overheidsingrepen in de energiemarkt’ is uitgevoerd door Ecofys en
CE Delft, in opdracht van Eneco en Triodos Bank. In deze studie zijn onder begeleiding van een groep prominente economen en energie-specialisten, de overheids-interventies op de Nederlandse energiemarkt geïnventariseerd. Daarnaast zijn de consequenties voor het speelveld voor fossiele brandstoffen, hernieuwbare bronnen, kernenergie en energiebesparing gekwantificeerd. Hieruit blijkt dat overheidsbeleid bedoeld en onbedoeld het gebruik van energie en fossiele brandstoffen sterker stimuleert dan het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Gevolg is dat energieprijzen niet op een marktconforme manier tot stand komen en ondoelmatig gedrag in stand wordt gehouden. Door de interventies moet de overheid veel meer subsidies uitgeven om ervoor te zorgen dat hernieuwbare energie en energiebesparing rendabel worden.

Afschaffen van deze interventies heeft dus positieve effecten op klimaatbeleid en efficiency van de energiemarkt. Energietransitiebeleid kan zich dus beter richten op het verkleinen van prijsverschillen tussen duurzaam en fossiel door uitfaseren van deze steun en pas daarna op het overbruggen van het prijs-verschil tussen fossiel en hernieuwbaar (de onrendabele top). Het rapport is op 22 juni 2011 aangeboden aan de Tweede Kamerleden Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) en René Leegte (VVD) door de directeuren van Ecofys en CE Delft, Manon Janssen en Frans Rooijers. Het heeft de discussie over subsidies op het (fossiele) energiegebruik weer helemaal terug op de agenda gezet en is één van de meest geciteerde rapporten van CE Delft in 2011. naar boven

Project - Tussenstand en verwachtingen elektrische voertuigen in Europa

Dit project, uitgevoerd voor de Europese Commissie (DG Clima) geeft een zeer actueel en bruikbaar overzicht van de stand van zaken en verwachtingen rondom elektrisch rijden in de EU. CE Delft heeft, samen met onze partners Ecologic en ICF, o.a. gekeken naar de ontwikkelingen in de markt voor elektrische auto’s, naar de wereldwijde verwachtingen op gebied van de batterijen, naar business-modellen en gevolgen voor olie-import, elektriciteitsproductie, CO2-uitstoot en luchtkwaliteit. De uitkomsten zijn gebruikt voor strategieontwikkeling binnen de Europese Commissie en input voor het Witboek Transport. De inzichten die we in dit project hebben ontwikkeld en het rekenmodel dat we ervoor hebben opgezet (MELVIN) zijn de basis voor verschillende andere projecten aan elektrische auto’s die we op dit moment uitvoeren. Zowel binnen de EU alsook in Nederland heeft dit project CE Delft een mooie voorsprong geven op onze concurrenten. naar boven

Project - Externe kosten vervoercorridor Parijs-Amsterdam

Deze studie is een grondige analyse van de effecten van internalisatie van externe kosten op een strategische en drukke internationale goederen-corridor in de EU. De effecten van prijsbeleid voor het goederenvervoer over de weg, het spoor en de binnenvaart op de corridor Amsterdam-Parijs zijn in detail onderzocht. De studie is uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van de Seine-Schelde-verbinding, één van de grote Europese TEN-T infrastructuurprojecten, en is uitgevoerd voor een zestal opdrachtgevers in Nederland, België, Frankrijk en de Europese Commissie. Voor de discussie rond prijsbeleid voor goederenvervoer zijn de uitkomsten strategisch van groot belang. In de studie is een innovatieve benadering ontwikkeld, waarbij modelberekeningen zijn gecombineerd met een elasticiteitenanalyse met het TEMPO-model van CE Delft, waardoor diverse effecten in het mobiliteitssysteem zichtbaar zijn gemaakt. De vijf internationale hoogleraren die dit project begeleidden waren onder de indruk hiervan en spraken van een uitzonderlijke prestatie. De studie is door CE Delft gepresenteerd op een grote conferentie in Brussel en op speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomsten van de Transportcommissie van het Europees Parlement en het Vlaams Parlement. naar boven

Project - Biodiversiteit en landgebruik, indicatoren voor beleid

Voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft CE Delft onderzocht hoe biodiversiteit goed meegenomen kan worden in beleid en LCA-studies. Geanalyseerd is welke indicatoren gebruikt kunnen worden om landgebruik met biodiversiteit te koppelen.
CE Delft selecteerde drie indicatoren voor onderzoek:
  • De Mean Species Abundance-indicator (MSA), TEEB-programma;
  • ReCiPe LCA-methodiek;
  • De impact op biodiversiteitindicator van TNO.
Elke indicator heeft zijn sterke punten, beperkingen en specifieke kenmerken. Voor toepassing in het beleid, is de ReCiPe-methodiek de meest geschikte, vooral vanwege de integratie ervan in LCA-methodologie. Het combineren van de verschillende methodologische aspecten van de drie genoemde indicatoren, zou leiden tot de verbetering van hun waarde in het beleid. Deze methodische studie draagt bij aan het verbeteren van het Europese biomassabeleid waarin tot nu toe biodiversiteit vrijwel niet wordt meegenomen. Terwijl veel biomassaprojecten (ook die gestimuleerd worden door de overheid) de biodiversiteit wel verminderen. Het ministerie heeft de studie onder de aandacht gebracht van Europese ambtenaren. naar boven

Project - Doorrekening investeringstool bruinkoolcentrale Slovenië

In Slovenië is het plan om een nieuwe bruin-koolcentrale te bouwen, die gebruik maakt van de dichtbijgelegen bruinkoolmijn. Het eerste investeringsplan werd in 2005 ingediend en is in 2006 en 2009 bijgesteld om in aanmerking te komen voor leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD). In 2011 werd een vierde herziening van het investerings-plan opgesteld, die vereist was omdat de EIB een staatsgarantie had gevraagd.

Sloveense wetgeving met betrekking tot ‘uniforme methodologie voor opstelling en behandeling van investeringsdocumentatie in de context van openbare financiën’ vereist dat het verwachte rendement op investering boven de 7% moet zijn. Het CEE Bankwatch Network en de vereniging voor duurzame ontwikkeling Focus verzochten CE Delft het investeringsplan voor de nieuwe Šoštanj-bruinkoolcentrale onder de loep te nemen en te beoordelen of de belangrijkste variabelen juist zijn ingeschat. Onze review kwam op een aantal foutieve en niet-onderbouwde aannames die maken dat het rendement lager wordt dan 7%, waardoor het niet voldoet aan de Sloveense regels voor staatsgarantie. Het rapport heeft in Slovenië gezorgd voor een nieuwe discussie over de wenselijkheid van een nieuwe bruinkoolcentrale. naar boven

Project - Kernenergie: verschil tussen directe en externe kosten

In opdracht van het Wereld Natuur Fonds heeft CE Delft in beeld gebracht welke kosten zijn verbonden aan kernenergie, zowel de directe kosten als de externe (maat-schappelijke) kosten. Daarmee is gekeken of claims houdbaar zijn dat kernenergie goedkoop is en zonder overheidssteun een significante bijdrage kan leveren aan de Nederlandse energievoorziening. Uit deze studie blijkt dat, ondanks de zeer lage marginale kosten, kernenergie duurder is dan de meeste andere vormen van elektriciteitsopwekking wanneer bouwkosten (onder geliberaliseerde marktomstandigheden), veiligheid, aansprakelijkheid en milieueffecten worden meegenomen. De conclusie is dat deze techniek niet kan concurreren met andere methoden van elektriciteitsproductie. De studie heeft veel persaandacht gekregen, zeker doordat kernenergie met het ongeluk in Fukushima weer volop in de aandacht staat.
naar boven

Project - Energie-efficiency in de chloor/PVC-productieketen

In dit project heeft CE Delft met vijf industriële bedrijven het energiegebruik en de besparingsopties in de productieketen van PVC in kaart gebracht. Samen met de bedrijven zijn maatregelen uitgewerkt naar technische en financiële haalbaarheid. Vijf maatregelen hebben prioriteit gekregen en de directeuren van de bedrijven hebben formeel vastgelegd hiermee aan de slag te gaan. De totale omvang van de energiebesparing komt overeen met het energieverbruik van 20.000 woningen. Door het project heeft CE Delft bij de industrie een naam verworven als een constructief bedrijf dat gedegen kennis heeft en met hen vasthoudend toewerkt naar oplossingen. Twee vervolg-projecten bij chemische bedrijven zijn toegekend, en we zijn in gesprek over verdere projectvoorstellen.
 
“Het belang van een ketenstudie is nu juist dat je over de grenzen van je eigen bedrijf heen kijkt. Daar moet je een neutraal iemand voor hebben, met voldoende verstand van zaken om mensen uit te dagen. Ik moet zeggen dat CE Delft die rol op een voortreffelijke wijze heeft vervuld.” Lawrence Thringh, energie-coördinator Huntsman Polyurethanes, Chemie Magazine, december 2011. naar boven

Project - Amsterdamse regio naar energieneutraliteit in 2040

De Metropoolregio Amsterdam (MRA) omvat 36 gemeentes en enkele regionale overheden en heeft 2,3 miljoen inwoners in Noord-Holland en Flevoland. De bestuurders binnen de regio hebben de ambitie in 2040 als regio energieneutraal te zijn, dat wil zeggen dat de hoeveelheid energie die in de regio gebruikt wordt ook in dezelfde regio duurzaam wordt opgewekt. 

CE Delft heeft een Routekaart uitgewerkt, die laat zien hoe die ambitie gerealiseerd kan worden. De mogelijkheden voor energiebesparing en voor opwekking van duurzame energie zijn bepaald en gesorteerd op kosten-effectiviteit. Ook de economische en werkgelegenheidseffecten zijn onderzocht. Als de ambitie wordt gerealiseerd bedragen de uitgespaarde uitgaven aan fossiele energie in de regio drie miljard euro per jaar.

In de Routekaart is uitgewerkt welke stappen op korte en langere termijn gezet moeten gaan worden, en door welke partijen. Daarbij ligt de focus op onderdelen waarbij de samenwerking in MRA-verband duidelijke meerwaarde heeft of zelfs noodzakelijk is. Onderdeel van de Routekaart is ook een gezamenlijke lobby-agenda, gericht op het Rijk en de EU. Er is bij andere lokale overheden veel belangstelling voor de manier waarop CE Delft de Metropoolregio Amsterdam heeft ondersteund. naar boven

Project - Nationale Routekaart Restwarmte voor IPO

De vraag naar warmte vormt zo’n 40% van de primaire energievraag in Nederland en is daarmee veruit de meest gevraagde energievorm. De verspilling van warmte is echter enorm, meer dan 100 PJ rest-warmte wordt per jaar weggegooid. Dit is evenveel als een kwart van ons totale nationale elektriciteitsgebruik. Voor het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft CE Delft, aan de hand van de Warmteatlas van Agentschap NL, in kaart gebracht waar in Nederland restwarmte aanwezig is voor gebruik in de gebouwde omgeving. Deze methode is de Nationale Routekaart Restwarmte genoemd en bevat een stappenplan om de belemmeringen weg te nemen en de kansen te benutten. Uit de Routekaart blijkt dat er een potentieel van meer dan 50 PJ. Dit zijn 1,2 miljoen huishoudens die verwarmd kunnen worden met de restwarmte die de industrie nu nog op het oppervlakte-water of in de lucht loost. Dit staat gelijk aan een CO2-emissiereductie van 3.200 kton per jaar. naar boven

Project - Op weg naar een Nederlands grondstoffenbeleid

Het nationalistisch gedrag rond grondstoffen neemt toe. Voor landen is toegang hebben en houden tot grondstoffen van strategisch nationaal belang geworden. Dat staat in het rapport ‘Op weg naar een grondstoffenstrategie: quick scan ten behoeve van de grondstoffennotitie’, zoals dat door het Den Haag Centrum voor Strategische Studies samen met TNO en CE Delft in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken is geschreven. Nederland produceert nauwelijks grondstoffen, onze economie is wel erg afhankelijk van import van grond-stoffen. CE Delft heeft duidelijk gemaakt dat naast de traditionele metalen en mineralen, ook vooral moet worden gekeken naar beschikbaarheid van biotische gewassen voor onze economie. Bijvoorbeeld een halvering van het aanbod van soja zou Nederland 1,4 miljard euro kunnen kosten. Door CE Delft is het begrip duurzaamheid als element van grondstoffenpolitiek heel nadrukkelijk ingebracht en uiteindelijk ook geaccepteerd door de Tweede Kamer. naar boven

Project - STREAM International 2011

CE Delft heeft voor het vrachtvervoeronderdeel de bestaande STREAM-studie geüpdate en in het Engels uitgebracht. De studie geeft een state-of-the-art overzicht van de emissies per tonkm van verschillende vervoersmodaliteiten en inzicht in de variabelen die de emissies beïnvloeden. Grote verandering ten opzichte van de vorige studie is dat we de studie als een model hebben gepresenteerd en voor verschillende praktijkcases de emissies van de verschillende modaliteiten in beeld kunnen brengen. Hiermee kan het effect van verschillende variabelen (o.a. milieutechnologie en logistieke variabelen) goed in beeld worden gebracht. De positionering van de studie als model en de behandeling van verschillende cases heeft reeds twee nieuwe opdrachten opgeleverd. De studie laat goed zien welke kennis we in huis hebben en is door ons gepresenteerd bij de Internationale Centrale Commissie voor de Rijnvaart in Straatsburg. Er was veel aandacht in de vakpers voor de update van STEAM. De studie werd verricht in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. naar boven

Project - Gevolgen herziening Europese Richtlijn Energiebelasting

De Europese Commissie wil, naast de bestaande minimumtarieven voor de energie-inhoud ook nieuwe minimumtarieven voor de koolstofinhoud van energie opnemen. Dat kan grote gevolgen hebben voor de Nederlandse overheid, voor de Energiebelasting of de accijnzen op motorbrandstoffen.  Als voorbeeld: herziening betekent dat de accijnzen voor diesel en LPG in Nederland stevig omhoog zullen moeten om in 2020 aan de Richtlijn Energiebelasting te voldoen. CE Delft heeft in samen-werking met Ecofys de milieu- en economische gevolgen van de aanpassing voor Nederland in beeld gebracht en aangegeven hoeveel ruimte er is om de Energiebelasting voor de industrie te verhogen. Het rapport vergelijkt de belastingen op energieproducten en elektriciteit in een aantal EU-lidstaten (Duitsland, België, Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Luxemburg, Spanje, Zweden en Nederland). Het rapport is op 6 september 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd. Opdrachtgevers waren de ministeries van Financiën en van Infrastructuur en Milieu. Een belangrijk inzicht is dat er ruimte is om binnen het Nederlandse fiscale stelsel de belastingprikkels meer te richten op het halen van klimaatdoelstellingen. naar boven

Project - Milieu-analyse van verschillende vormen van recycling kunststof afval

In dit onderzoek is door CE Delft de vraag beantwoord of de huidige initiatieven in Nederland voor inzameling, afscheiding, sortering, verwerking en recycling van kunststof verpakkingsafval uit huishoudens een significant milieuvoordeel opleveren ten opzichte van het verbranden van kunststof voor energieproductie. Er is gekeken naar systemen voor bronscheiding (ophalen bij de consumenten of brengen naar verzamelbakken in de wijk), nascheiding (uitsorteren van kunststof verpakkingsafval uit ongesorteerd ingezameld huishoudelijk afval) en statiegeld (op grote en/of kleine PET-flessen). Hoofdconclusie is dat zowel bronscheiding en nascheiding van kunststof verpakkingsafval, als statiegeld op de grote PET-flessen allen een significant milieuvoordeel leveren ten opzichte van verwerking van het kunststof verpakkingsafval in een afval-energiecentrale. Doorslaggevend voor de milieuscore is de hoeveelheid recyclaat dat na recycling kan worden ingezet in nieuwe producten. Dit is belangrijker dan de verschillen in scheidingstechnieken en de verschillende kunststofsoorten.
Dit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Vereniging van Afvalbedrijven en begeleid door een uitgebreide begeleidingscommissie, kan beleidsmakers helpen om het toekomstig beleid voor kunststof verpakkingsafval vorm te geven. naar boven

Project - Externe kosten transport in Europa, International Union of Railways

De INFRAS/IWW-studies naar de externe kosten van transport zijn al sinds 1995 een begrip in de verkeer- en vervoerswereld. Deze studies zijn uitgevoerd in opdracht van de UIC, de mondiale brancheorganisatie voor de spoorwegen. Om de paar jaar verschijnt er een update, en CE Delft was hoofdauteur van de laatste update, die we samen met INFRAS hebben uitgevoerd. Het rapport geeft een compleet overzicht van de externe kosten van alle vervoerwijzen in 27 Europese landen; zowel totale, gemiddelde als marginale kosten. De studie bouwt voort op het alom bekende IMPACT-Handboek en is een volgende stap in het meenemen van externe kosten in het verkeersbeleid. naar boven

Project - Binnenvaart schoner naar 2020, studie voor de Europese Commissie

Als de binnenvaart de schoonste modaliteit wil blijven, dient ze een vergroeningsslag te maken in de komende tien jaar. Zo niet, dan wordt ze wat betreft lucht-verontreiniging ingehaald door het wegverkeer. Dat is één van de conclusies uit de studie ‘Medium and Long Term Perspectives of Inland Waterway Transport (IWT) in the European Union’ die is uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. De studie vormt de basis voor de Commissie voor het ontwerpen van haar binnenvaartbeleid richting het jaar 2020, in lijn met het Europese Witboek Transport. Binnen de studie heeft CE Delft de analyse op het gebied van emissies gemaakt en voorstellen gedaan voor instrumenten die een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de binnenvaartemissies. Voorbeelden hiervan zijn normering van nieuwe motoren en het creëren van financiële prikkels om in schone motoren en retro-fittechnieken te investeren. naar boven

Personeel

Flexibel en met eigen verantwoordelijkheid
Medewerkers bij CE Delft zijn hoogopgeleid en krijgen veel individuele ruimte om hun werk te verrichten. Er is een grote mate van eigen verantwoordelijkheid bij medewerkers, en de organisatie is ingericht om deze cultuur te versterken. De faciliteiten om ook buiten kantoor te kunnen werken zijn hierop aangepast, werktijden kunnen flexibel ingevuld worden.
 
Omvang en personeelsverloop
CE Delft wil in omvang niet veel groter worden dan vijftig medewerkers, een omvang waarbij de samenwerking en het delen van kennis een meerwaarde krijgen door de onderlinge contacten. Het aantal FTE’s daalde in 2011 licht t.o.v. 2010 en 2009. Acht projectmedewerkers verlieten CE Delft, en er kwamen zeven nieuwe collega’s bij. Daarmee was het personeelsverloop ongeveer gelijk aan 2010 en 2009. Door de lastigere marktsituatie in sommige sectoren werden niet alle functies direct opgevuld, waardoor het totaal aantal FTE’s met 1,5 kromp.

Personeelsbestand 2009 2010 2011
Aantal mensen in dienst 46 44 42
Aantal vrouwen 50% 48% 46%
Totaal aantal FTE 37 35 33,5






 Arbeidsvoorwaarden
Om onze arbeidsvoorwaarden up-to-date en aantrekkelijk te houden is in 2011 een aantal wijzigingen doorgevoerd, zoals het afschaffen van de senioren-dagen in combinatie met een verhoging van het aantal vakantiedagen naar 27 in 2012 en naar 28 in 2013 voor alle medewerkers. Tevens is in 2011 voor het eerst een opleidingsplan opgesteld waarin beschikbaar budget gekoppeld is aan de opleidingsbehoeften. Daarnaast is er hard gewerkt om tot een nieuwe, verbeterde pensioenovereenkomst voor de medewerkers te komen, aangezien onze pensioenovereenkomst per 01 januari 2012 afliep. Na een uitgebreide vergelijking van verschillende aanbieders en een intensief onderhandelingstraject ligt er een sterk verbeterde (o.a. veel lagere kosten) pensioenovereenkomst. naar boven

Omzet en opdrachten

Afname opdrachten Rijksoverheid, forse groei Europa
In 2011 was vanaf begin van het jaar duidelijk dat er veel minder grote opdrachten werden verleend. De tendens die zich in 2010 voorzichtig aftekende, zette in volle hevigheid door. Met name de vraag vanuit de Rijksoverheid zakte in, en over het hele jaar bezien maakten opdrachten voor de Rijksoverheid nog maar 20% uit van de binnengekomen opdrachten, waar dat in 2010 nog 33% was en in 2009 nog 37%.

Het aantal projecten (143) dat werd uitgevoerd bleef ongeveer gelijk aan het jaar ervoor. De daling van opdrachten vanuit het Rijk werd deels gecompenseerd door groeiende opdrachten voor de Europese instellingen (van 11 naar 23%), de provincies (van 4 naar 9%) en voor buitenlandse overheden (van 2 naar 6%). 

De omzet van de projecten was lager dan in 2010 en leidde tot een verlies van € 300.000. Dat verlies kon worden opgevangen doordat de afgelopen jaren gespaard is om teruglopende vraag op te vangen. Het hele jaar door zijn extra acquisitie-inspanningen geleverd en zijn projecten en producten voor nieuwe deelmarkten ontwikkeld.

Tussentijdse maatregelen
Voor het management kwam de terugloop in 2011 niet als een complete verrassing. In april heeft het MT een extra vergadering belegd om de marktsituatie te bespreken. Hieruit bleek dat de verwachting van de binnen te halen opdrachten voor sommige sectoren naar beneden bijgesteld moest worden. Ook bleek dat er andere opdrachtgevers en/of markten gezocht moesten worden om de verwachte omzet te kunnen halen.  In elke MT-vergadering na april is de marktsituatie besproken en zijn de acquisitie-inspanningen bureaubreed opgevoerd. Een aantal interne uitgaven werd op een laag pitje gezet en ontstane vacatures werden niet automatisch vervuld.   

Verlies, maar verschillend per sector
De krimp en wijziging van opdrachten pakte wel fors verschillend uit binnen CE Delft. Sommige onderdelen hadden helemaal geen last van vraaguitval en konden op volle kracht onderzoek en adviezen blijven uitbrengen. Dat was o.a. het geval op het terrein van milieu-analyses voor bedrijven. De vraaguitval bij de Rijksoverheid was vooral voelbaar op de energiegerelateerde onderwerpen en leidde juist daar tot minder opdrachten. Het verkeer- en vervoerbeleid gaf qua opdrachten een redelijk constant beeld, zij het dat er wel flinke vraagverschuivingen plaats vonden van de Rijksoverheid naar de Europese instellingen. 

Bureauresultaat 2009 2010 2011
Aantal projecten 146 145 143
Omzet € 3,6 miljoen € 2,9 miljoen € 2,6 miljoen
Resultaat (voor belasting) € 144.000 € -81.000 € -300.000

 
.


naar boven

Milieudruk CE Delft

Zorg voor milieu: minimaliseren vraag en duurzaam inkopen
Ook voor onze eigen organisatie staat de zorg voor het milieu en het klimaat hoog op de agenda. Ons motto: zoveel mogelijk de vraag naar energie en materialen beperken, wanneer mogelijk groen inkopen en de rest ‘afkopen’ met emissierechten.

Gebouwgebonden verbruik
Op basis van controleerbare getallen (zoals energierekeningen en aankoopfacturen) zijn de verbruikscijfers van CE Delft opgesteld en vergeleken met de meest recente overheidsbenchmark kantoren. Om energieverbruikscijfers te vergelijken tussen gebouwen van verschillende afmetingen wordt normaal gesproken het energieverbruik per m2 vergeleken. Omdat CE Delft relatief ruim behuisd is kan daardoor het verbruik per m2 relatief laag uitvallen, daarom is naast het verbruik per m2 ook gekeken naar het gebruik per voltijdaanstelling uitgedrukt in FTE. De resultaten zijn samengevat in de tabel hieronder Hieruit komt naar voren dat het waterverbruik van CE Delft significant lager is dan dat van alle kantoren die meededen aan deze benchmark. Het verbruik per FTE steeg wel iets in 2011. Het elektriciteitsverbruik hoort bij de beste in de sector, alleen het gasverbruik is significant hoger dan het gemiddelde overheidskantoor in deze studie. Deze resultaten worden hieronder toegelicht.

Gebouwgebonden verbruik in vergelijking met de Milieubarometer
    Score CE Delft Gemiddelde score Barometer Beste score Barometer
Elektriciteitsgebruik kWh/m2 38,4 96,8 38,0
  kWh/FTE 881 3.289 811
Gasverbruik m3/m3 4,00 2,82 1,52
  m3/FTE 319 285 111
Waterverbruik m3/FTE 4,50 6,92 1,89
Papierverbruik kg/FTE 30 43,7 14,6
Opmerking: Kengetallen Overheidsbenchmark Kantoren 2010 (data over 2009) (n=36).
Bron: Milieubarometer.nl (Stimular, 2011).


Gasverbruik
CE Delft is sinds 1981 gevestigd in een monumentaal pand in de historische Delftse binnenstad. Het pand is in de loop der jaren gemoderniseerd en geïsoleerd en in 2009 voorzien van een moderne HR-ketel. De nieuwe ketel heeft niet tot een daling van het gasgebruik geleid, vermoedelijk wordt het gebouw beter verwarmd, want soms was het met de oude ketels koud in het pand. Door de vermindering van het aantal FTE’s steeg de toedeling van het verbruik per FTE. Het gas dat wij verbruiken is groen gas (stortgas). 

Elektriciteitsverbruik
Het elektriciteitsverbruik wordt door zuinige armaturen geminimaliseerd en stand-by-stroom wordt zoveel mogelijk teruggedrongen door het gebruik van aan/uitschakelbare stopcontacten bij alle computers. De stroom die wordt ingekocht is 100% groene stroom (wind/waterkracht). In 2011 zijn de bestaande drie computerservers vervangen door twee nieuwe. Naast de besparing in aantallen (van drie naar twee) zijn de nieuwe servers ook energiezuiniger. De daling van het verbruik over 2011 hangt samen met de afname van het aantal FTE's.

Papierverbruik
Om het papierverbruik te beperken wordt er zoveel mogelijk digitaal gecommuniceerd. Ook onze rapporten zijn te downloaden via onze website. Daarnaast is het aantal printers beperkt en staan deze standaard op dubbelzijdig printen ingesteld. Het printpapier dat wordt gebruikt heeft het label: FSC Mixed Sources. Dit geldt ook voor de enveloppen en de kladblokken. 

De hoeveelheid papier die wordt besteld gaat soms langer mee dan een jaar, dat kan de fluctuaties tussen de jaren verklaren. In 2011 werd ongeveer 186.000 vel á 80 gram ingekocht, zo’n 1.000 kilo papier. Ook in 2011 kwamen tijdschriften en kranten in toenemende mate digitaal, en niet meer als papieren versie, het kantoor binnen. De bibliotheek transformeert steeds meer van een fysieke plek naar een digitale plek op ons intranet. Oud papier wordt apart verzameld en afgevoerd.

Plastic 
Plastic wordt sinds 2011 apart verzameld en apart afgevoerd. 

Lunch
Elke woensdag wordt voor het personeel een lunch verzorgd. Deze lunch is (zoveel mogelijk) biologisch.

Vervoer
Woon-werkverkeer
Het aantal kilometers woon-werkverkeer wordt op dit moment nog niet bijgehouden. Wel is bekend dat minder dan 3% van de medewerkers een auto voor het woon-werkverkeer gebruikt. CE Delft biedt faciliteiten om thuis te werken en daarmee woon-werkverkeer te verminderen.

Projectgerelateerd vervoer
Minder dan 20% van de gedeclareerde reiskosten betreft autokilometers, meer dan 70% betreft openbaar vervoer en de rest zijn taxikosten/OV-fiets. Vanaf maart 2011 heeft CE Delft een Greenwheels-abonnement, zodat er waar nodig aansluitend autovervoer op een reis per openbaar vervoer mogelijk is. Eind 2011 is 1.243 km per Greenwheels gereden.

Het vervoersgedrag wordt gestimuleerd door het volgende mobiliteitsbeleid:
  • medewerkers worden gestimuleerd om dichter bij het werk te komen wonen (verhuispremie);
  • medewerkers kunnen meedoen aan het fietsplan;
  • woon-werkverkeer met het openbaar vervoer wordt volledig vergoed;
  • thuiswerken mogelijk door inloggen vanaf huis op bedrijfsnetwerk;
  • proef met een Greenwheels-abonnement voor locaties niet/slecht bereikbaar per openbaar vervoer.
CO2-compensatie
Ons motto: zoveel mogelijk de vraag beperken en wanneer mogelijk groen inkopen en de rest compenseren met emissierechten. Eind 2010 heeft CE Delft voor het eerst aan CO2-compensatie gedaan d.m.v. het aankopen van emissierechten via de CO2-markt van Natuur & Milieu, toen nog op een schatting over 2010. Over 2011 is, op basis van een realistischere inschatting, voor 60 ton aan CO2-emissierechten aangekocht ter compensatie. Door de aankoop en het uit de handel halen van emissierechten wordt de uitstoot van CO2 werkelijk verminderd. De hoeveelheid aan te kopen rechten is gebaseerd op:
  • Het energieverbruik. Hoewel wij groene stroom/groen gas inkopen zijn wij van mening dat dit geen lagere CO2-emissie garandeert. Het opkopen van CO2-emissierechten garandeert dit wel.
  • Het woon-werkverkeer.
  • Reizen ten behoeve van projecten.
naar boven