CE Mailvisie april 2009
In dit nummer:
- Berekening stroometiket
- Nieuw gezicht voor planMER
- Marktwerking voor duurzaamheid
- Uitstoot broeikasgassen transportsector moet omlaag
- Afwegingskader voor rest-afvalwarmte
- Debat over regionaal energie- en klimaatbeleid
- Lancering MKBA duurzame bedrijventerreinen
- NOx-uitstoot vliegverkeer
- Nieuwe huisstijl en website
- Biodebat: kansen voor duurzame biomassa in Zeeland
Berekening stroometiket
Om de leveranciers te faciliteren bij het berekenen van het stroometiket, heeft de Energiekamer de meest recente cijfers nodig over de nationale brandstofmix van de geleverde elektriciteit. CE Delft heeft deze studie uitgevoerd aan de hand van recente gegevens over de elektriciteitsproductie in Nederland afkomstig van het CBS en van de grote elektriciteitscentrales. De kentallen die in dit rapport staan, zijn openbaar en ook goed bruikbaar voor ander (milieu)onderzoek. Het rapport is te vinden op de website van CE Delft. De afgelopen vier jaar heeft CE Delft voor de stroometikettering de achtergrondgegevens verzameld en op dit terrein meerdere studies uitgevoerd. Door deze ervaring kunnen we de methodiek steeds verder aanscherpen. Sinds 1 januari 2005 is etikettering van de herkomst van elektriciteit verplicht in Nederland. Uiterlijk drie maanden na afloop moet een elektriciteitsleverancier informatie verstrekken over het aandeel van elke energiebron in de totale gebruikte brandstofmix bij de productie van elektriciteit. Ook is hij verplicht de milieugevolgen ervan uit te drukken in termen van uitstoot van kooldioxide en radioactief afval. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Margret Groot, 015 2150 150.

Nieuw gezicht voor planMER
De charme van het nieuwe planMER zit in de eenvoud. CE Delft heeft een nieuwe aanpak voor de planMER ontwikkeld die snel en direct leidt tot een helder overzicht van alle milieu-effecten. Bovendien helpt de nieuwe aanpak om de vaak talrijke alternatieven uit te filteren en tot een weloverwogen keuze te komen. Omdat ook tussentijds gerapporteerd wordt, kan het planMER al in een vroeg stadium van het proces leiden tot aanpassing van de alternatieven. Het planMER was een dik rapport aan het einde van het planproces nadat de keuzes gemaakt waren. De nieuwe aanpak levert een handig hulpmiddel op om tot een juiste afweging te komen. CE Delft levert regelmatig deskundigen voor de werkgroepen van de Commissie voor de MilieuEffectRapportage en ziet dus regelmatig ‘MER-ren’ en planMER-ren langs komen. Het zijn stuk voor stuk ingewikkelde, lijvige en vaak moeilijk toegankelijke rapporten. De uitdaging van CE Delft was om met een nieuwe systematiek voor de planMER een goed beeld van de essentie te geven. Samen met Oranjewoud is het gelukt om voor de lange termijn verkenning Randstad 2040 een nieuw soort planMER te maken, dat een bruikbaar en effectief instrument is bij het toetsen van structuurvisies. De nieuwe systematiek past goed bij de lange termijn, het hoge schaalniveau en daarmee het hoge abstractieniveau van deze structuurvisies.
Nieuw in de aanpak van CE Delft is het gebruik van de 3 x 3 matrix people, planet, profit, als middel om de belangrijkste onderwerpen te rangschikken. Het ingewikkelde rekenwerk blijft achterwege. In plaats daarvan worden vergelijkende scores tussen alternatieven gepresenteerd in een inzichtelijke eindtabel. De scores komen tot stand op basis van concrete cijfers. Daarnaast levert een expertteam een bijdrage om tot een deskundig oordeel te komen. Een belangrijk onderdeel van het planMER vormen de aanwijzingen voor de verdere uitwerking. Het nieuwe planMER wordt nu toegepast bij omvangrijke projecten zoals de MIRT-verkenning, Rotterdam regio en haven Duurzaam Bereikbaar en onderbouwing van de RAAM-brief (de rijksbesluiten die samenhangen met de Schaalsprong Almere, OV-SAAL, Toekomstvisie Markermeer-IJmeer, luchthaven Lelystad en verkenning voor de infrastructuur Almere-Gooi-Utrecht).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Pieter Janse, 015 2150 150

Marktwerking voor duurzaamheid
De komende decennia zal de elektriciteitsvoorziening in Nederland fors veranderen. Belangrijke redenen hiervoor zijn de ambitieuze Europese doelen op het gebied van klimaatverandering en voorzieningszekerheid. CO2-reductie en toenemend gebruik van duurzame energiebronnen staan voorop. De elektriciteitsproducenten zullen hiermee rekening houden in hun investeringsbeslissingen de komende tijd. De VME (de Vereniging voor Marktwerking in Energie) bekijkt de huidige situatie in de energiemarkt en wil duidelijk krijgen op welke wijze de verduurzaming en CO2-reductie kan worden gerealiseerd. Belangrijk is een heldere rolverdeling. Met name het feit dat de overheid randvoorwaarden stelt en de marktpartijen de realisatie voor hun rekening nemen is belangrijk. Dit uitgangspunt ligt echter ver af van het energiebeleid dat de overheid nu voert. Voor transitie van de energievoorziening is een daadwerkelijke koerswijziging nodig. De VME wil een bijdrage leveren aan een marktgerichte realisatie van klimaat- en duurzaamheidsdoelen zoals die op Europees niveau zijn geformuleerd. CE Delft heeft de opdracht gekregen de VME daarbij te ondersteunen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frans Rooijers, 015 2150 150
Uitstoot broeikasgassen transportsector moet omlaag
CE Delft gaat, in samenwerking met TNO en drie internationale partners, een strategie ontwikkelen om GHG-uitstoot door de transportsector terug te dringen. De uitstoot van GHG-gassen moet tot 2020 25 tot 40% omlaag, en in 2050 maar liefst 80% minder zijn dan in 1990. Dat heeft het Europese parlement in januari 2009 besloten. Deze doelstelling ligt volledig in lijn met de conclusies die de Europese commissie voor milieu in oktober 2008 heeft gepubliceerd. Tot nu toe echter groeit de uitstoot van broeikasgassen door de transportsector gestaag. Wanneer deze stijging doorzet, hetgeen in de lijn van de verwachting ligt, zal dit de doelstelling van de Europese commissie kunnen ondermijnen. De Europese Unie heeft daarom de afgelopen tijd allerlei maatregelen genomen om de CO2-emissie terug te dringen. Wat nog ontbreekt is een strategie om de GHG-uitstoot door de transportsector aan te pakken. CE Delft gaat, in samenwerking met TNO, deze strategie ontwikkelen. Andere deelnemers aan het project zijn: AEA (Verenigd Koninkrijk), ISIS (Italië) en Milieu (België). De onderzoeksvragen zijn:
- In welke mate wordt de transportvraag beïnvloed door bredere economische trends?
- Welk uitstootniveau is acceptabel om de lange termijndoelstellingen van de EU te halen?
- Wat is, technisch gezien, de maximaal haalbare reductie van GHG-uitstoot en welke acties zijn daarvoor nodig?
- Welke politieke maatregelen zijn nodig voor de transportsector om klimaatdoelen op lange termijn te halen?

Afwegingskader voor rest-afvalwarmte
SenterNovem heeft CE Delft opdracht gegeven voor het ontwikkelen van een afwegingskader voor situaties dat rest- of aftapwarmte beschikbaar is. Het NEW (Nationaal Expertisecentrum Warmte) wil dit instrument inzetten om lagere overheden en samenwerkingsverbanden van dienst te zijn en te adviseren over de toepassingen van beschikbare rest- of aftapwarmte. CE Delft is al sinds haar ontstaan intensief betrokken bij vraagstukken rond de optimale inzet van rest- en aftapwarmte. Deze vraagstukken spelen zowel op lokaal niveau, als op nationaal (beleidsmatig) niveau. Op 3 juli 2008 is in de Tweede Kamer de Warmtewet aangenomen, waarbij CE Delft op verschillende momenten advies heeft geleverd. Eén van de acties is het oprichten van het Nationaal Expertisecentrum Warmte (NEW) door het ministerie van Economische Zaken. Het centrum is gestart op 1 januari 2009 en is organisatorisch ondergebracht bij SenterNovem.
Het eerste afwegingskader dat het NEW heeft ontwikkeld, richt zich op een breed spectrum aan opties voor de warmtevoorziening van een nieuwbouwwijk, en werkt vanuit de vraagzijde. Uit dit traject bleek dat er ook behoefte is aan een afwegingskader voor toepassingen van rest- en aftapwarmte vanuit de aanbodzijde. SenterNovem wil daarom een apart afwegingskader ontwikkelen dat gemeenten, regionale samenwerkingsverbanden of provincies kan ondersteunen. Dit wordt vormgegeven als filter, waarbij op transparante wijze alle mogelijke opties worden uitgefilterd. Vervolgens geeft het afwegingskader procesadviezen om de overblijvende mogelijkheden op haalbaarheid en wenselijkheid te verkennen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Cor Leguijt, 015 2150 150.

Debat over regionaal energie- en klimaatbeleid
In opdracht van het Rathenau Instituut heeft CE Delft drie casestudies uitgevoerd naar de interactie tussen regionaal energie- en klimaatbeleid in Nederland en het Rijksbeleid. Regionaal beleid voor energie en klimaat kan zich in Nederland verheugen op een sterk groeiende belangstelling. Het onderzoek evalueert dit beleid: hoe pakt de verduurzaming van de energievoorziening uit op regionaal niveau? En welke lessen kan de Rijksoverheid hieruit trekken voor het nationaal beleid? De conclusies van het onderzoek zijn interessant voor een breed spectrum aan betrokkenen, zowel op Rijks- als op regionaal niveau. In een aantal artikelen zullen de resultaten onder de aandacht gebracht worden. Daarnaast zal op woensdag 17 juni 2009 nog een debat over dit onderwerp worden georganiseerd. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Cor Leguijt, 015 2150 150.

Lancering MKBA duurzame bedrijventerreinen
Op 28 mei aanstaande lanceert de provincie Zuid-Holland in samenwerking met CE Delft de handleiding voor het uitvoeren van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) voor duurzame bedrijventerreinen. CE Delft stelde deze handleiding op.Provincie Zuid-Holland heeft CE Delft een handleiding laten ontwikkelen voor het uitvoeren van een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) voor duurzame bedrijventerreinen. Beslissingen rond herstructurering van bedrijventerreinen worden momenteel voornamelijk gebaseerd op financiële effecten en beschikbare budgetten. Effecten van een duurzame herstructurering blijven hierdoor vaak buiten beeld. Met de nieuwe handleiding wil de provincie gemeenten, ondernemers, beleidsmakers en uitvoerders stimuleren bij herstructurering verder te kijken en de mogelijkheden van duurzame herstructurering te onderzoeken. De MKBA maakt het mogelijk effecten van duurzame herstructurering in financiële waarden uit te drukken. Het gaat dan om effecten zoals landschappelijke inpassing, CO2-uitstoot, luchtkwaliteit, beeldkwaliteit en geluidshinder.
Naast de handleiding wordt ook een ondersteunende website ontwikkeld. Tijdens de slotbijeenkomst wordt het gebruik van deze site gedemonstreerd en geven de opstellers van de handleiding informatie over het gebruik ervan. De slotbijeenkomst zal plaatsvinden op 28 mei van 13.00 – 16.00 uur op het provinciehuis van Zuid-Holland. De bijeenkomst wordt afgesloten met een borrel. U kunt zich via CE Delft aanmelden. Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Martijn Blom, 015 2150 150

NOx-uitstoot vliegverkeer
De Europese commissie voor energie en transport werkt aan een wetsontwerp om de uitstoot van NOx door vliegtuigen te reguleren en zo het klimaateffect van het vliegverkeer te verminderen.CE Delft heeft ter voorbereiding op deze wetgeving een rapport geschreven. Vorig jaar kwam CE Delft met een studie over het opnemen van het vliegverkeer in het emissiehandelssysteem (ETS) van de Europese Unie. In deze studie adviseerde CE Delft dat ook de gevolgen van de uitstoot van niet-CO2-gassen aangepakt moeten worden.
De belangrijkste conclusies van het rapport zijn:
- De reductie van het klimaateffect van NOx-uitstoot kan op twee manieren geregeld worden:
- Een belasting op NOx uitstoot bij het landen en stijgen (LTO) met een afstandsfactor.
- Het opnemen van de NOx uitstoot (bij LTO) in het ETS, met een afstandsfactor. - Op twee terreinen is nader onderzoek nodig
- Er moet een GWP worden berekend voor NOx-uitstoot door vliegverkeer.
- De uitstoot bij landen/stijgen en koersen moet grondig worden berekend

Nieuwe huisstijl en website
Begin maart 2009 heeft CE Delft een nieuwe huisstijl en een nieuwe website in gebruik genomen. De huisstijl is een doorontwikkeling van de vorige huisstijl. De nieuwe huisstijl is eigentijdser en frisser en ondersteunt het visionaire en onafhankelijke karakter van CE Delft . Het logo bestaat uit de letters C en E, die ook naar de pay-off van de organisatie verwijzen: Committed to the Environment. Op de nieuwe website is een belangrijke plek ingeruimd voor de rapporten die CE Delft opstelde voor een breed scala aan opdrachtgevers. Huisstijl en website zijn ontwikkeld door Dirigo Communicatie uit Haarlem.
Voor meer informatie kunt u contact op nemen met Marieke Kanaar, 015 2150 150.
Voor meer informatie kunt u contact op nemen met Marieke Kanaar, 015 2150 150.

Biodebat: kansen voor duurzame biomassa in Zeeland
Biomassa kan een belangrijke rol spelen voor versterking van de Zeeuwse economie: olie en gas raken op, biomassa vormt een belangrijk alternatief. Tegelijk is het belangrijk dat biomassa die wordt ingezet duurzaam is. Om economisch aantrekkelijke en duurzame biomassa-kansen in beeld te brengen organiseert CE Delft samen met de provincie Zeeland drie ‘biodebatten’ op rij. Het eerste debat vond plaats op 22 januari jl. in Goes. Industrie, landbouw, ZMF (Zeeuwse Milieu Federatie), onderzoeksinstellingen en overheden hebben tijdens dit debat de lijnen uitgezet voor het gebruik van biomassa in Zeeland. Het dekken van de gehele Zeeuwse behoefte aan energie vraagt veel biomassa en ruimte: 15 maal het droge oppervlak van de provincie. Dat vraagt om import van biomassa. Op lange termijn kan nieuwe technologie uitkomst bieden. Het bedrijf Biofuels verwerkt bijvoorbeeld via het innovatieve HTU-proces GFT-afval en uienschillen tot ruwe olie. Kansen liggen er ook op economisch gebied. Vooral in de industrie kunnen zonder subsidies reststromen worden ingezet, bijvoorbeeld voor de fosforproductie. Op korte termijn is het mogelijk, om zowel in de landbouw als in de industrie, bestaande reststromen biomassa beter en hoogwaardiger te benutten.
In de volgende twee debatten zullen deze kansen concreter uitgewerkt worden, zodat ook concrete stappen genomen kunnen worden om de mogelijkheden die er zijn te verzilveren. Voorafgaand aan deze debatten gaan Impuls Zeeland en CE Delft op bezoek bij Zeeuwse bedrijven om een eerste indruk te krijgen van mogelijkheden en randvoorwaarden, zodat deze in de debatten zelf zo gericht mogelijk kunnen worden uitgewerkt. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Harry Croezen, 015 2150 150.

English