18/05/2012 -
Tekst Frans Rooijers, zie ook in Energie +.
In de Tweede Kamer wordt gesproken over kernenergie, warmtekracht, windmolens en kolencentrales. Het is mijn mening dat de overheid niet moet kiezen voor technieken, maar ervoor moet zorgen dat er een regulerend kader voor de energie- en klimaatdoelen komt. Andere mensen zeggen dat de overheid helemaal geen keuzes moet maken en dat de verduurzaming aan de markt overgelaten moet worden. Dat vind ik niet en daar heb ik mijn redenen voor. De belangrijkste is dat de overheid de enige partij is die het sociale dilemma van energie en klimaat kan oplossen. Voor duurzaam en schoon geproduceerde energie wil maar een kleine groep gebruikers extra betalen. De grootse groep consumenten wil gewoon energie voor de laagste prijs en die komt tot nu toe uit fossiele brandstoffen. Het is dus onvoldoende dat goedwillende burgers en bedrijven zuinig omgaan met energie en hernieuwbare energiebronnen gebruiken. Er is slechts een kleine groep die dat voor eigen rekening wil doen. Dit heeft tot gevolg dat de emissies van CO2, SO en NOx en kernafval worden weggestopt en we met z'n allen langzaam in de viezigheid omkomen. Daar ligt dus d? rol voor de overheid. Ze kan die rol goed vervullen, want in de afgelopen halve eeuw is ze zeer succesvol geweest in het terugdringen van luchtvervuiling, vervuild oppervlaktewater en geluidshinder. De SO2-emissies zijn gedecimeerd, de watervervuiling is gestopt en natuurlijke watersystemen herstellen zich langzamerhand. Geluidsschermen en -contouren zorgen voor een acceptabele aantasting van de leefomgeving. Mondiaal Doordat milieuproblemen een mondiaal karakter hebben gekregen zijn internationale overheden aan zet om kaders te stellen aan de maximale emissies. De Europese Unie heeft die handschoen opgepakt en probeert het sociale dilemma tussen de Europese lidstaten op te lossen. Geen enkele lidstaat wil zijn industrie hard aanpakken als dat niet ook in andere landen gebeurt. Voor energie en klimaat zijn de 2020-doelen geformuleerd: 20 procent reductie van CO2, 20 procent efficiencyverbetering en 20 procent hernieuwbare energie. Maar met uitzondering van de grote industrie en de elektriciteitssector is de bal bij de lidstaten zelf gelegd. Zij moeten er voor het overige energiegebruik zelf voor zorgen ze die doelen gaan halen. De lidstaten lijken hier geen boodschap aan te hebben. De CO2-emissies van de gebouwde omgeving stabiliseren slechts en de emissies door transport stijgen nog steeds, terwijl een reductie in absolute termen vanuit de EU-richtlijnen verplicht is. Er wordt op dit moment onvoldoende ge?nvesteerd in duurzame energie om die 20 procent in 2020 te halen. Met kunst- en vliegwerk, zoals het kopen van emissierechten uit het buitenland, halen we op papier onze doelen. Maar de energievoorziening verandert nog niet, terwijl dat wel nodig is.
Nederlands
