CO2-rapportage fossiele brandstoffen effectief EU-beleid
19/04/2012 - Door brandstofleveranciers te vragen naar de herkomst en de CO2-uitstoot van hun olieproducten bij de winning, verwerking en transport tot aan de pomp (well-to-wheel) heeft de Europese Unie een effectief en relatief eenvoudige instrument gevonden dat helpt bij het terugdringen van de CO2-uitstoot van fossiele transportbrandstoffen. Doordat de regels gelden voor alle producenten die leveren aan de Europese markt ontstaat er bovendien geen concurrentienadeel voor de Europese maatschappijen en raffinaderijen. De te verwachte kosten voor de rapportage bedragen maximaal een halve eurocent op een tank van 50 liter transportbrandstof.
Lees het Engelstalige rapport
Link naar persbericht
Dat zijn de uitkomsten van het eerste onafhankelijke en openbare onderzoek naar de kosten en effecten van rapportage van de CO2-effecten van de winning, raffinage en vervoer naar de Europese markt (well-to-wheel). De studie is uitgevoerd door CE Delft, Carbon Matters en ECN, opdrachtgever voor de studie was Transport & Environment.
De uitkomsten zijn van belang omdat de milieuministers van de EU binnenkort beslissen over deze nadere invulling van de Richtlijn Brandstofkwaliteit. Deze richtlijn trad in werking in 2009, en stelt o.a. de regel dat de CO2-uitstoot van transportbrandstoffen (ook well-to-wheel) in 2020 met 6% moet zijn afgenomen, ten opzichte van 2010. De richtlijn beschrijft hoe biobrandstoffen moeten meetellen, maar pas afgelopen najaar kwam de Europese Commissie met een voorstel voor de wijze waarop fossiele brandstoffen moeten worden meegenomen.
Uit de studie blijkt dat oliemaatschappijen en raffinaderijen al heel veel gegevens verzamelen over de herkomst en productiewijze van de ruwe olie die ze op de Europese markt afzetten, bijvoorbeeld voor douanedoeleinden, of strategisch voorraadbeheer. Slechts 20-25% van de huidige oliestroom valt buiten de al bestaande meldingsplicht.
Met dit het voorstel van de Commissie wordt voor het eerst ook in beleid onderkend dat er verschillen zijn in de broeikasgasemissies van verschillende type oliewinning. De emissies van ‘onconventionele’ brandstoffen afkomstig van natuurlijk bitumen (teerzanden), schalie-olie, en het kolen-to-liquid en gas-to-liquid proces krijgen standaard waarden hoger dan de waarde voor ‘conventionele’ olie uit boorputten (op dit moment nog het overgrote deel van de markt). De belasting van brandstof uit teerzand is bijv. 23% hoger dan conventionele ruwe olie. Effect van het in kaart brengen van de broeikasgaseffecten is dat het brandstofleveranciers een prikkel geeft om te kiezen voor schonere processen, omdat ze daarmee makkelijker en goedkoper voldoen aan de CO2-eisen die de EU aan transportbrandstoffen stelt. Op dit moment wordt er nog niet veel onconventionele transportbrandstof op de Europese markt afgezet, maar de rapportageplicht schept duidelijkheid die nodig is voor langetermijninvesteringen in oliewinning. Bovendien wordt daarmee aan fossiele transportbrandstoffen dezelfde eisen gesteld als aan biobrandstoffen, waarvan nu al gemeld moet worden wat het CO2-effect is.

