Stimulering zuinige auto's via de BPM

Een vergelijkend onderzoek van verschillende BPM-systemen

In opdracht van het minsterie van VROM heeft CE Delft de milieueffectiviteit van acht verschillende BPM-systemen onderzocht. In hoofdlijnen gaat het daarbij om drie varianten:
  1. Kale BPM, met netto-catologuswaarde als grondslag.
  2. BPM-systemen waarbij de kale BPM gecombineerd wordt met een bonus/malusregeling.Deze bonus/malusregeling kan worden bepaald op basis van het energielabel, de relatieve CO2-uitstoot (ten opzichte van het klassegemiddelde) of de absolute CO2-uitstoot.
  3. BPM-systemen met de absolute CO2-uitstoot als grondslag. Hierbij kan het zowel gaan om een systeem met een vlak tarief als om een systeem met een progressief tarief per gram CO2/km. Daarnaast zijn twee progressieve systemen bekeken waarbij er voor auto’s met een ‘zuinig’ (A-, B- of C-label) ook nog een bonus geldt.

De vergelijking van de verschillende BPM-systemen bestaat enerzijds uit het inzicht geven in de (financiële) prikkel die de verschillende systemen consumenten bieden om een zuinigere auto aan te schaffen en anderzijds uit het maken van een inschatting van de CO2-reducties die bij de invoering van de verschillende systemen gerealiseerd zouden kunnen worden. In beide gevallen is rekening gehouden met de afbouw van de BPM in voorbereiding op de invoering van de kilometerprijs.

Uit het onderzoek blijkt dat de progressieve BPM-systemen gebaseerd op CO2 de sterkste prikkel bieden om een zuinigere auto aan te schaffen. Bij deze systemen wordt de CO2-reductie ten opzichte van de huidige situatie in 2020 ingeschat op een extra 0,3 tot 0,5 Mton (100% BPM-afbouw). Bij 25% afbouw van de BPM is deze CO2-reductie gelijk aan 0,9 tot 1,2 Mton. De progressieve BPM-systemen danken hun effectiviteit aan het feit ze zowel een sterke prikkel bieden om een kleinere auto aan te schaffen als om een zuinigere auto van dezelfde grootte aan te schaffen. Bovendien bieden deze systemen een prikkel om auto’s voorzien van brandstofbesparende technieken met meerkosten aan te schaffen. Dit in tegenstelling tot een BPM gebaseerd op netto-cataloguswaarde, die juist een perverse prikkel op dit gebied levert.

Auteurs CE

Martijn Blom
Arno Schroten

Delft, mei 2009

rapport

Tweets van @cedelft

Frans Rooijers op BNR-radio over hoge kosten klimaatverandering en rechtvaardige verdeling kosten https://t.co/XmOEeaoQg2
15-12-2017 21:06

Waarom kiezen voor de planeconomie? Column Frans Rooijers over Klimaat- en Energieakkoord #energieakkoord op Energi… https://t.co/S4PPQTlB8z
13-12-2017 09:55

Article - Evaluating the environmental impact of debit card payments https://t.co/IfnNwC3p0b
07-12-2017 16:23

Rapport Net voor de Toekomst - scenario's voor investeringskeuzes van netbeheerders in infrastructuren https://t.co/W4mUsLCuZ0
07-12-2017 16:04

Gezamenlijke visie om Omgevingswet, regionale energiestrategie en warmtetransitieplan lokaal gelijk te gebruiken… https://t.co/YwHhzl338d
06-12-2017 16:30