<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1" ?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
  	<channel>
    	<title>CE Delft - Biomassa</title>
		<copyright>Copyright (c) 2010, CE Delft</copyright>
		<link>http://www.ce.nl/ce/rapporten/114/</link>
        <atom:link href="http://www.ce.nl/index.php?go=home.showRapportenRSS&amp;pagenr=116" rel="self" type="application/rss+xml" />
		<language>nl</language>
		<description>CE Delft Rich Site Summary</description>
		<webMaster>webmaster@ce.nl (Webmaster)</webMaster>
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Biofuels: Indirect land use change and climate impact]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/biofuels%3A_indirect_land_use_change_and_climate_impact/1071</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/biofuels%3A_indirect_land_use_change_and_climate_impact/1071</guid>
			<description><![CDATA[Door het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren willen Europese regeringen de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 70 Mt verminderen. Voor de productie van deze biobrandstoffen is veel landbouwgrond nodig, hetgeen tot ontbossing kan leiden, op zowel directe als indirecte wijze.

Zeven agro-economische modellen die gebruikt worden om deze indirecte veranderingen in landgebruik (indirect land use change, ILUC) in te schatten zijn door CE Delft beoordeeld. Er wordt geconcludeerd dat alle modellen een substantieel ILUC-effect voorspellen. De ILUC-gerelateerde broeikasgasemissies zijn gemiddeld van dezelfde omvang als de direct behaalde emissiereductie, hetgeen betekent dat de huidige &amp;lsquo;eerste-generatie&amp;rsquo;-biobrandstoffen doorgaans hetzelfde klimaatimpact hebben als fossiele brandstoffen.

ILUC kan worden vermeden door reststromen voor biobrandstoffenproductie te benutten, door de benodigde gewassen op gedegradeerde gronden te telen, of door een verdere intensivering van de landbouw. Europese overheden kunnen deze klimaatvriendelijker alternatieven stimuleren door in de rekenregels voor de netto-emissies van biobrandstoffen een &amp;lsquo;ILUC-factor&amp;rsquo; te introduceren. In dit rapport worden enkele concrete mogelijkheden voor dergelijke factoren gepresenteerd.
&amp;nbsp;]]></description>
			<pubDate>Tue, 13 Jul 2010 09:44:01 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Rijden en varen op gas - Kosten en milieueffecten van aardgas en groen gas in transport]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/rijden_en_varen_op_gas_-_kosten_en_milieueffecten_van_aardgas_en_groen_gas_in_transport/1051</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/rijden_en_varen_op_gas_-_kosten_en_milieueffecten_van_aardgas_en_groen_gas_in_transport/1051</guid>
			<description><![CDATA[De laatste tijd zien we dat een aantal nieuwe gasvormige brandstoffen voor auto&amp;rsquo;s en schepen in opkomst zijn: aardgas onder druk (CNG), vloeibaar aardgas (LNG) en biogassen uit bijvoorbeeld mestvergisting of stortgas (bio-CNG of bio-LNG). 
CE Delft heeft onderzocht wat de kosten en de milieueffecten van deze gastoepassingen zijn, vergeleken met gangbare diesel en benzine en de &amp;lsquo;gewone&amp;rsquo; biobrandstoffen bio-diesel en bio-ethanol. De CO2-uitstoot van de groen gas-routes is aanmerkelijk lager dan van diesel (80-90% reductie). De aardgasroutes kunnen ook CO2-besparingen opleveren (15-35%) maar dat hangt erg af van de herkomst van het aardgas. De groen gas-toepassingen stoten aanzienlijk minder CO2 uit dan biodiesel en bio-ethanol uit tarwe. De luchtvervuilende emissies zijn in alle gevallen een stuk lager. De kale kosten van rijden en varen op deze gasvormige brandstoffen (excl. heffingen en belastingen) zijn wel aanzienlijk hoger dan bij diesel, maar kunnen in sommige toepassingen vergelijkbaar of lager uitkomen dan van de vloeibare biobrandstoffen

Opdrachtgever van dit onderzoek was het Platform Nieuw Gas, onderdeel van EnergieTransitie.]]></description>
			<pubDate>Tue, 29 Jun 2010 11:21:29 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Goed gebruik van biomassa]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/goed_gebruik_van_biomassa/1037</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/goed_gebruik_van_biomassa/1037</guid>
			<description><![CDATA[Biomassa kan in verschillende sectoren gebruikt worden om economie te verduurzamen. Duurzame biomassa is echter beperkt beschikbaar. Het is daarom zaak om biomassa juist daar in de economie in te zetten waar het de meeste meerwaarde heeft.
&amp;nbsp;
In dit project voor Platform Groene Grondstoffen en Platform Nieuw Gas met medewerking van Platform Duurzame Elektriciteit heeft CE Delft een analyse gemaakt waar biomassa op basis van objectieve criteria het beste ingezet zou kunnen worden. Als hoofdcriteria zijn lage kosten per ton CO2-reductie en een hoge CO2-reductie per ha vruchtbaar landgebruik gehanteerd. Met name inzet van biomassa in de staalsector, de elektriciteitssector, de chemie en mestvergisting scoren goed op de criteria. De huidige inzet van biomassa in de transportsector (1ste generatie) scoort niet goed. Op de langere termijn is te verwachten dat ook bredere inzet van biomassa in de gassector en tweede generatietechnieken voor transport interessante opties kunnen worden. De daadwerkelijke inzet van biomassa wordt zeer sterk bepaald door overheidbeleid. Op dit moment stuurt de overheid biomassa naar de energie en transportsector middels subsidies en verplichtingen. Vanuit een &amp;quot;goed gebruik&amp;quot; gedachte zou het verstandig zijn om ook de inzet van biomassa in de staalsector en de chemiesector mee te nemen in het beleid en minder te focussen op korte termijn inzet in het transport. In het project is een eerste verkenning gedaan van beleidsopties die het level playing field voor biomassasectoren verbeteren. Meest kansrijke lijken op termijn een set van duurzaam verplichtingen voor alle relevante sectoren in Europa of een set van CO2-normen per product voor alle relevante sectoren. Een subsidiesysteem voor alle biosectoren zoals nu geldt voor bio-elektriciteit wordt in andere sectoren gezien als ongewenst en onhaalbaar.
&amp;nbsp;]]></description>
			<pubDate>Tue, 18 May 2010 14:26:06 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[De milieu-impact van de Belgische tapijtketen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/de_milieu-impact_van_de_belgische_tapijtketen/1033</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/de_milieu-impact_van_de_belgische_tapijtketen/1033</guid>
			<description><![CDATA[Voor de Belgische Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) is een beknopte studie gedaan naar de milieu-impact van de Belgische tapijtketen, in het kader van het project &amp;ldquo;samenwerking in de tapijtketen rond duurzaam materiaalgebruik&amp;rdquo;.
Hiertoe is een globale LCA studie uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen op drie gebieden: 

    Impact van verscheidene poolmaterialen.
    Impact van verscheidene scenario&amp;rsquo;s van afvalverwerking van het volledige tapijt, gediversifieerd naar twee veelgebruikte poolmaterialen.
    Relatieve impact van de schakels in de keten van het volledige tapijt.

De keten is gemodelleerd in het LCA softwareprogramma Simapro, waarbij gebruik is gemaakt van de EcoInvent database en bestaande LCA-studies, aangevuld met data uit literatuur. Voor de winning/productie van poolmaterialen zijn verscheidene milieu-effecten in kaart gebracht; voor de overige gebieden vormen klimaatimpact als cumulative energy demand (CED) de maat voor de milieubelasting.

Enkele conclusies:

    De productie van grondstoffen levert de grootste bijdrage aan de milieu-impact. Onderhoud levert ook een aanzienlijke bijdrage maar is altijd te prefereren boven geen onderhoud en vroegtijdige afdanking. Productieprocessen komen op de derde plaats.
    Recycling op hoogwaardige manier leidt niet in alle gevallen tot klimaatwinst. Dit heeft te maken met zowel de complexiteit van het te recyclen polymeer en de complexiteit van de verwerkingsmethode. Toekomstige ontwikkelingen, zoals verbetering van recycletechnieken en verschuiving in de algemene energievoorziening naar duurzame bronnen zouden dit echter kunnen veranderen.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 20 Apr 2010 15:52:25 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Biodebat Zeeland: biomassakansen voor versterking Zeeuwse economie en vermindering milieubelasting?]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/biodebat_zeeland%3A_biomassakansen_voor_versterking_zeeuwse_economie_en_vermindering_milieubelasting/1023</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/biodebat_zeeland%3A_biomassakansen_voor_versterking_zeeuwse_economie_en_vermindering_milieubelasting/1023</guid>
			<description><![CDATA[In drie biodebatten hebben vertegenwoordigers van de Zeeuwse industrie, agrarische sector, ZMF, onderzoeksinstellingen en overheden van gedachten gewisseld over kansen voor duurzame inzet van biomassa in Zeeland. Gericht op versterking van de Zeeuwse economie &amp;egrave;n vermindering van milieubelasting. 

Het 'eerste biodebat' werd gevoerd op 22 januari 2009 in Goes. 
Basis was een achtergrondnotitie van CE Delft met kansen voor duurzame inzet van biomassa in de Zeeuwse economie. Uit het debat kwam naar voren dat er op korte termijn er in Zeeland vooral kansen liggen om reststromen van biomassa, CO2 en warmte uit industrie en landbouw (hoogwaardiger) te gaan hergebruiken. 
Op langere termijn zijn er kansen om via innovatieve processen biomassa in te zetten in de petrochemische industrie. Bijvoorbeeld door toepassing van HTU-technologie waarmee biomassa wordt omgezet in grondstof voor olieraffinaderijen. Economische kansen liggen er ook voor de Zeeuwse havens en de agrarische sector.
Het lijkt niet haalbaar om de hele Zeeuwse energievoorziening te dekken met biomassa: dat vraagt om een areaal vijftien maal groter dan geheel Zeeland. Bij toelevering van dergelijke massa&amp;rsquo;s is duurzaamheid een cruciaal item.
Milieu en versterking van de economie lijken redelijk gelijk op te gaan: opties die op lange termijn de economie versterken, hebben doorgaans ook een gunstige milieu-impact.
Het complete verslag is hier te vinden. Na het eerste debat volgden twee debatten gericht op industrie en landbouw. 

Vervolgdebatten biomassa: industrie en landbouw
Na het eerste biodebat volgden debatten gericht op industrie en landbouw. Afsluitend zijn aanbevelingen geformuleerd voor de provincie Zeeland.

Het 'tweede biodebat' was met de Zeeuwse industrie, op 28 mei 2009 in Oostkappelle. Voorafgaand aan het debat waren met zo&amp;rsquo;n vijftien bedrijven interviews gevoerd. Daarbij lopende initiatieven en ambities in kaart gebracht, en is gevraagd naar belemmeringen en kansen. Bij diverse bedrijven lopen initiatieven, deels met inzet van biomassa als voedingsstof voor producten, deels als energiebron. Zo wordt bij Thermphos grootschalig beendermeel en RWZI-slib in het proces ingezet.

Tijdens het debat presenteerden Thermphos, Delta en Dow hun plannen. Enkele kansrijke opties die naar voren kwamen uit de discussie:

    integratie van een energiecentrale met Thermphos;
    pilot-plants van internationale concerns (Total, Dow) naar Zeeland zien te krijgen;
    realisatie van een infrastructuur voor industri&amp;euml;le restwarmte;
    samenwerking met industri&amp;euml;le biomassa industrie in West-Brabant.

Het complete verslag is hier te vinden.
Het 'derde biodebat' richtte zich op de Zeeuwse landbouwsector. Dit werd gevoerd met zo&amp;rsquo;n 30 deelnemers in de proefboerderij van &amp;lsquo;de Rusthoeve&amp;rsquo; in Colijnsplaat. Voorafgaand aan het debat waren interviews uitgevoerd met bedrijven in de agrarische sector en verwerkende industrie.
Tijdens het debat presenteerde Gert Huisman van de Hogeschool Zeeland de resultaten van een onderzoek naar verwerking van Zeeuwse restmassastromen. Daarnaast waren er presentaties van Peter Louwman (directeur Delta Milieu), Wim Soetaert (Universiteit Gent) en Gijsbrecht Gunter (Stichting Afzetbevordering Ui).&amp;nbsp; 
Enkele conclusies:

    uit typisch &amp;lsquo;Zeeuwse&amp;rsquo; producten als bieten, uien, vlas kunnen in potentie hoogwaardige bio-producten worden gemaakt, zie de ervaringen met uien;
    reststromen van gemeenten (GFT) en waterschappen kunnen hoogwaardiger worden verwerkt, bijv. via vergisting. Hiervoor is co&amp;ouml;rdinatie vanuit de provincie gewenst.
    vereenvoudiging van procedures voor vergunningverlening is gewenst;
    een duidelijk Zeeuws biomassa-programma is gewenst, waarmee Zeeland zich kan onderscheiden van Rotterdam en Groningen.

Het complete verslag is hier te vinden.
Aanbevelingen
Op basis van de debatten heeft CE Delft aanbevelingen opgesteld voor de provincie Zeeland. Deze zijn er op gericht dat kansen worden gerealiseerd. Dit kan zowel leiden tot versterking van de economie op lange termijn als tot vermindering van milieubelasting.]]></description>
			<pubDate>Tue, 16 Mar 2010 13:41:28 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Better Use of Biomass for Energy]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/better_use_of_biomass_for_energy/1057</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/better_use_of_biomass_for_energy/1057</guid>
			<description><![CDATA[Welke kansen liggen er om met bio-energie zoveel mogelijk broeikasgasreductie te bereiken? Met welk beleid kunnen de kansen die bio-energie biedt op een duurzame manier optimaal worden benut? Dit waren de belangrijkste vragen bij een studie waarvan de resultaten tijdens de klimaattop in Kopenhagen zijn gepresenteerd. De conclusie van het onderzoek is dat er een groot aantal mogelijkheden is om het gebruik van biomassa voor energie te verbeteren, zowel aan de aanbodkant en productie van biomassa als ook bij conversie naar een eindproduct (elektriciteit, warmte, transportbrandstof, etc.). 

Opdrachtgevers van deze studie waren de International Energy Agency (IEA) Renewable Energy Technology Deployment (RETD) en IEA Bio-energy. 

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met het &amp;Ouml;ko Institut, Aidenvironment en het Clingendael International Energy Programme. Binnenkort wordt het achtergronddocument gepubliceerd. U kunt de position Paper en de Presentatie die in Kopenhagen is gegeven hierboven&amp;nbsp;downloaden.]]></description>
			<pubDate>Wed, 16 Jun 2010 14:22:59 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[New Roads for Transport]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/new_roads_for_transport/983</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/new_roads_for_transport/983</guid>
			<description><![CDATA[10% van de Nederlandse transportbrandstoffen moeten in 2020 hernieuwbaar zijn, zo stelt een recente EU-richtlijn. Op dit moment zijn biobrandstoffen de enige hernieuwbare optie die wordt toegepast, maar twijfels over de duurzaamheid hiervan zijn de laatste tijd sterk gegroeid. Milieudefensie heeft daarom aan CE Delft gevraagd andere opties in kaart te brengen, en een alternatief scenario voor de 10%-doelstelling te ontwikkelen. 

Uit deze studie blijkt dat elektrisch transport op duurzame energie een serieuze optie kan zijn voor het behalen van de Nederlandse EU-verplichtingen. Hiervoor zijn echter wel een grote inspanning en technologische doorbraken nodig op dat gebied. Daarnaast kan ook biobrandstof van gebruikt frituurvet, net als nu, een bijdrage leveren. 

Andere opties zoals de vervanging van autoritten door de elektrische fiets kunnen aanzienlijk CO2-winst opleveren, net als de overstap naar tram en metro. Dit draagt echter amper bij aan de 10%-doelstelling want daar gaat het om het aandeel hernieuwbare energie, niet om CO2-besparing. Het afremmen van de groei van het energiegebruik in transport kan ook voor forse CO2-besparing zorgen, meer nog dan de 10% hernieuwbare energie kan bereiken. ]]></description>
			<pubDate>Fri, 13 Nov 2009 11:32:39 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[GHG emissions due to deforestation]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/ghg_emissions_due_to_deforestation/932</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/ghg_emissions_due_to_deforestation/932</guid>
			<description><![CDATA[





Nederland is grootimporteur van tropische producten als hout, soja, palmolie en pulp. Voor deze producten worden natuurlijke bossen aangetast en verwoest. 
In dit door CE Delft voor Greenpeace Nederland uitgevoerde onderzoek is een schatting gemaakt van de door ontbossing en bos aantasting veroorzaakte broeikasgas emissies. Door de sterke toename van import van palmolie uit Indonesi&amp;euml; en Maleisi&amp;euml; in de afgelopen jaren, richt dit onderzoek zich op deze twee landen. Hierbij is ook gekeken naar andere belangrijke producten uit deze landen zoals hout.

De studie is uitgevoerd conform de daarvoor ontwikkelde methodiek van de IPCC (InterGovernmental Panel on Climate Change).

De door de aan Nederland toe te schrijven bosaantasting in Indonesi&amp;euml; en Maleisi&amp;euml; veroorzaakte in de periode tot en met 2005 een broeikasgasemissie van 12 tot 25 Mton/jaar, wat overeenkomt met ongeveer 5-10% van de totale broeikasgasemissie in Nederland zelf. In 2006 en 2007 was deze emissie als gevolg van de sterk toegenomen bosaantasting toegenomen tot 30-32 Mton/jaar ofwel 15% van de totale Nederlandse broeikasgasemissie.

Het beteugelen van ontbossing speelt een belangrijke rol in de aanloop naar een klimaatakkoord in Kopenhagen eind dit jaar. 
De resultaten uit dit onderzoek plaatsen een grote verantwoordelijkheid bij Nederland en andere landen die land- en bosbouwproducten uit tropische landen importeren. De studie is zeer relevant voor de huidige discussie rond REDD (Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation), een cruciaal onderdeel van de klimaatonderhandelingen.



]]></description>
			<pubDate>Fri, 28 Aug 2009 12:55:19 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Kansen voor duurzame biomassa in Zeeland]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/kansen_voor_duurzame_biomassa_in_zeeland/1009</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/kansen_voor_duurzame_biomassa_in_zeeland/1009</guid>
			<description><![CDATA[In een &amp;lsquo;biodebat&amp;rsquo; op 22 januari 2009 in Goes hebben industrie, landbouw, de Zeeuwse MilieuFederatie, onderzoeksinstellingen en overheden de gedachten gewisseld over kansen voor biomassa in Zeeland. De open discussie maakte duidelijk dat op veel punten de meningen gelijk oplopen en er een gemeenschappelijke ambitie is concrete projecten gerealiseerd te krijgen

Op korte termijn liggen er in Zeeland vooral kansen om reststromen van biomassa, CO2 en warmte uit industrie en landbouw (hoogwaardiger) te gaan hergebruiken. Concrete kansen lijken er voor inzet van uienschillen, vergisting van residuen uit groenbeheer en inzet van fosforrijke reststromen bij Thermphos.
Op langere termijn zijn er kansen om via innovatieve processen biomassa in te zetten in de Zeeuwse petrochemie. Bijvoorbeeld door toepassing van de door Biofuels ontwikkelde HTU-technologie.&amp;nbsp; Duidelijk is wel dat dekken van de gehele Zeeuwse behoefte aan energie veel biomassa en ruimte zou vergen: 15* het oppervlak van de provincie. Dat vraagt import van biomassa. 
De gesignaleerde korte termijn- en lange termijnkansen worden concreter uitgewerkt in een tweetal volgende debatten voor landbouw en industrie. Doel daarvan is dat duidelijk is wat van verschillende kanten in Zeeland nodig is om de aanwezige kansen daadwerkelijk tot realisatie te brengen.

Een verslag van de bijeenkomst met aanbevelingen voor verdere uitwerking van gesignaliseerde kansen is verzorgd door CE Delft.]]></description>
			<pubDate>Fri, 05 Feb 2010 10:59:41 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Economische instrumenten voor duurzaam geproduceerd hout]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/economische_instrumenten_voor_duurzaam_geproduceerd_hout/930</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/economische_instrumenten_voor_duurzaam_geproduceerd_hout/930</guid>
			<description><![CDATA[In opdracht van het ministerie van VROM heeft CE Delft economische beleidsinstrumenten onderzocht voor de verhoging van het aandeel duurzaam geproduceerd hout in producten op de Nederlandse markt. Verzocht is om een belastingmaatregel, een vorm van private vergroening en fondsvorming uit te werken, waarbij de door de rijksoverheid opgestelde inkoopcriteria voor hout worden gebruikt als criteria voor duurzaam geproduceerd hout. Gevraagd is om de instrumenten en criteria juridisch te toetsen aan nationale wetgeving, EU-regulering en WTO-afspraken. Indien de instrumenten en criteria niet door de juridische toets heenkomen, is verzocht de instrumenten of de criteria voor duurzaam geproduceerd hout zo aan te passen dat zij wel juridisch haalbaar worden. Tenslotte is verzocht om de economische effecten van de instrumenten te analyseren.&amp;nbsp; 

In deze studie zijn alleen de drie genoemde economische beleidsinstrumenten bekeken. Andere opties, zoals bijvoorbeeld het instellen van verplichtingen, verboden en of het stimuleren door middel van voorlichting, zijn niet onderzocht.]]></description>
			<pubDate>Wed, 20 May 2009 08:53:25 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Calculating greenhouse gas emissions of EU biofuels]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/calculating_greenhouse_gas_emissions_of_eu_biofuels/848</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/calculating_greenhouse_gas_emissions_of_eu_biofuels/848</guid>
			<description><![CDATA[Early 2008, the European Commission published a proposal on renewable energy that included a biofuel target for 2020 and a methodology with which the sustainability of biofuels can be monitored - including a calculation methodology for determining net GHG emissions. Greenpeace requested CE Delft to draft a report that analyses the GHG methodology proposed by the EC and proposes potential improvements.  We conclude that the GHG emission calculation methodology as proposed is more the start of the development of a methodology than a mature methodology. &amp;bull; Default values required for application as a tool are lacking; &amp;bull; Calculation methodologies for important GHG emission contributions such as N2O emissions and soil organic carbon stock changes are not specified; &amp;bull; Indirect land use change and several other items included in IPCC methodology are lacking in the EU proposal. We furthermore conclude that a generic and relatively simple GHG emission calculation tool will probably always be too crude an instrument to produce a reasonably accurate estimation of GHG emissions. Alternative policy options ensuring GHG emissions are not underestimated could be:  &amp;bull; A &amp;lsquo;no regret&amp;rsquo; short list with respect to cultivation site, utilizable crops, cultivation practice, conversion technology, etc. &amp;bull; A GHG calculation tool with a conservative approach to include intricately determinable emissions, such as indirect land use change.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:27:31 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[An alternative to 5.75% biofuels in 2010]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/an_alternative_to_5.75%25_biofuels_in_2010/837</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/an_alternative_to_5.75%25_biofuels_in_2010/837</guid>
			<description><![CDATA[Er zijn de laatste tijd twijfels gerezen rond de vraag of de huidige biobrandstoffen wel milieuwinst bieden. Stichting Natuur en Milieu heeft daarom CE Delft gevraagd of het mogelijk is om tegen vergelijkbare kosten met alternatieve maatregelen meer milieuwinst te bereiken.  De verhoging van het aandeel biobrandstoffen tot 5,75% kost de automobilist naar verwachting ca. 3 tot 4 Eurocent per liter brandstof in 2010. Wanneer dat aandeel wordt verlaagd naar 2,5% is het biobrandstoffenprogramma ongeveer 260 miljoen euro goedkoper. Kern van het alternatief is om 200 miljoen van deze besparing in te zetten voor andere klimaatmaatregelen. Deze 200 miljoen kan door de overheid ge&amp;iuml;nd worden door het offici&amp;euml;le doel te handhaven op 5,75% maar wel een aantrekkelijke uitkoopregeling voor oliemaatschappijen te introduceren in het biobrandstoffenbeleid voor afzet boven de 2,5%.  Het pakket van  alternatieve milieumaatregelen bestaat o.a uit elektrisch vervoer, inzet van hout in raffinaderijen, duurzame bio-elektriciteit, windenergie in zee, zonnespiegelcentrales in Marokko, blue energy (energie uit het mixen van zoet en zout water) en onderzoek naar tweede generatie biobrandstoffen.  Het alternatieve pakket verkleint de competitie tussen brandstof en voedsel. Daarnaast geeft het alternatief minimaal 1,4 Mton meer broeikasgasemissie besparing dan 5,75% biobrandstoffen. Tot slot investeert het alternatief meer in de overgang naar een duurzame energievoorziening.   Europa  Als de doelstelling voor het aandeel biobrandstoffen in de hele Europese Unie wordt verlaagd naar 2,5% in 2010, zou het budget voor alternatieve maatregelen naar verwachting ca. 6,2 miljard euro per jaar bedragen. Als dit budget wordt ingezet voor stimulering van elektrisch rijden, duurzame bio-elektriciteit, windenergie op zee, energie uit afval, zonnespiegelcentrales in Noord Afrika en onderzoek naar tweede generatie biobrandstoffen, dan zou dit naar verwachting minstens 30 Mton CO2-emissie meer besparen dan het huidige EU biobrandstofprogramma.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:20:50 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Review of the Indirect Effects of Biofuels]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/review_of_the_indirect_effects_of_biofuels/822</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/review_of_the_indirect_effects_of_biofuels/822</guid>
			<description><![CDATA[Earlier this year, the UK Renewables Fuels Agency (RFA) was asked to undertake a Re-view of the Indirect Effects of Biofuels. Various reports had been published that suggested that an increasing demand for biofuels might indirectly cause carbon emissions because of land use change, and concerns were raised that it may also be causing food commodity price increases. RFA then commissioned a number of studies to collect evidence for this review. CE Delft contributed to this review, also known as the Gallagher report, with two studies.   Estimating indirect land use impacts from by-products utilization This analysis focuses on the utilization of by-products from so-called first generation biofu-els production technologies as feed and as fuel: &amp;bull; Application as feed avoids cultivation of primary feed crops such as soy, wheat and corn and thus reduces area requirement for cultivation of these crops. Reduction in area requirement might in a marginal case also mean avoiding deforestation for creation of extra agricultural area. &amp;bull; By-products utilization as fuel will avoid fossil fuel consumption and related GHG-emissions.  We estimated that when applied as feed, the total amount of 60 &amp;ndash; 115 Mtonnes/a of wheat and corn DG  and rape seed meal can compete with soy meal as a protein source and with locally produced wheat and corn as energy sources. DG&amp;rsquo;s and rape meal quality and the size of the global feed market do not seem to be a limiting condition for feed application of the entire amount of by-products in any of E4Tech&amp;rsquo;s scenario&amp;rsquo;s.  Agricultural land availability and demand in 2020 This report addresses the following issues:  &amp;bull; Current and anticipated future drivers and demand (to 2020) for land and feedstock for food, feed and other commodities. &amp;bull; Global agricultural land availability. &amp;bull; The demand and availability of agricultural land for biofuels in 2020 The report shows that food and feed production are the main sources of demand for agricultural land, and it is expected that the demand for agricultural crops for food and feed will increase significantly in the next decades. Despite an increase of agricultural yields, the agricultural land demand for food and feed is expected to grow by 200-500 Mha until 2020.Current biofuels production may also increase significantly in the next decade. The global biofuel scenarios developed in the framework of this RFA review result in a land use in 2020 that varies between 73 and 276 Mha.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:19:30 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Effect op de luchtkwaliteit van de maatregelen uit het Energie- en Klimaatprogramma Apeldoorn]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/effect_op_de_luchtkwaliteit_van_de_maatregelen_uit_het_energie-_en_klimaatprogramma_apeldoorn/852</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/effect_op_de_luchtkwaliteit_van_de_maatregelen_uit_het_energie-_en_klimaatprogramma_apeldoorn/852</guid>
			<description><![CDATA[De gemeente Apeldoorn heeft CE Delft laten nagaan of het energiebeleid dat zij voert, effecten heeft op de luchtkwaliteit en zo dit effecten heeft, wat die effecten zijn. Daarnaast wilde Apeldoorn weten of de herstructurering van het gebied Kanaal Noord, alsmede de komst van biomassa centrales ook van invloed zijn op de luchtkwaliteit. De beoordeelde maatregelen hebben veelal betrekking op energiebesparing en op het inzetten van duurzame energie. Dit heeft beide een gunstig effect op de emissies van stikstofoxiden en daarmee op de concentraties van NO2. Dit gebeurt zowel op lokale als op landelijke schaal. De omvang van de daling in de concentraties zal echter gering zijn omdat de belangrijkste bronnen voor NO2 het verkeer en de industrie zijn. Voor fijn stof hebben deze maatregelen geen effect. Het (bij) stoken van hout in met name houtkachels en open haarden zal een verhoging van de emissies van fijn stof en daaraan gerelateerde schadelijke stoffen zoals Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Een groter gebruik van houtkachels of open haarden zal daarom nadelig zijn voor de luchtkwaliteit en de gezondheid van de mens. De herstructurering van het bedrijventerrein Kanaal Noord zal vanwege de toename van het wegverkeer een nadelig effect hebben op de luchtkwaliteit. Gelet op de uitgestrektheid van het gebied betekent dit overigens niet dat er grote problemen zijn te verwachten. Uit onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van de vestiging en in gebruik name van biomassa centrales blijkt dat de luchtkwaliteit zal worden be&amp;iuml;nvloed door de toekomstige centrales, maar dat er van grenswaarde overschrijding geen sprake zal zijn. Gelet op het gunstige effect van de inzet van energiebesparing en duurzame energie verdient het de aanbeveling hiermee door te gaan. Daarbij moet worden bedacht dat het inzetten van biomassa of hout als duurzame energie er wel nadelige effecten kunnen optreden voor de luchtkwaliteit en dat daar dus extra emissiebeperkende maatregelen nodig zijn. Voor de verdere herstructurering van bedrijventerreinen zal steeds een gunstige inpassing van de toename van de verkeersstromen gezocht moeten worden. Dit kan door voldoende ontsluitingswegen en door goed openbaar vervoer in de startfase van de plannen al te realiseren.]]></description>
			<pubDate>Thu, 16 Apr 2009 11:08:52 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[ETBE and Ethanol: A Comparison of CO2 savings]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/etbe_and_ethanol%3A_a_comparison_of_co2_savings/715</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/etbe_and_ethanol%3A_a_comparison_of_co2_savings/715</guid>
			<description><![CDATA[More and more attention is currently given to the sustainability of biofuels. Especially the greenhouse gas (GHG) reduction that is achieved with different biofuels is getting increased attention. GHG savings may vary significantly for different biofuels, and the EU and several Member States are looking for options to differentiate between biofuels according to their actual GHG savings. The European Fuel Oxygenates Association (EFOA) now wants to draw attention to an omission of current life cycle analyses (LCAs). LCA studies, even detailed well-to-wheel analyses, assume that ETBE and bio-ethanol replace MTBE and/or gasoline, and that the base gasoline is not changed. In reality, however, refiners will adjust their refinery operation when bio-ethanol or ETBE is added, because of the different characteristics of these products. EFOA has therefore asked CE Delft to conduct a study to investigate this issue. The study looks at two scenarios: substitution of MTBE and gasoline components a) by 5 vol% ethanol, or b) by an equivalent amount of ETBE. The GHG emissions of these scenarios were compared with each other, and with the emissions of the reference situation in which no ethanol is used. For the calculations a refinery model was set up, based on data and information from literature. The results indicate that the net effect of these refinery modifications on the GHG emissions is positive, i.e. GHG emissions reduce in both cases. The emission reduction is significant in the case of ETBE. This is mainly due to the high RON of ETBE, which allows for less severe process conditions in the refinery processes and hence lower energy consumption. This advantage for ETBE is to some extent undone by the higher GHG emissions related to production of ETBE and the production of extra isobutylene. We recommend to consider including this effect in the biofuel CO2 tools currently being developed, and to include an estimate of effects on refinery operations in future LCAs on ethanol and ETBE.]]></description>
			<pubDate>Wed, 28 Apr 2010 11:30:45 +0200</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Biomassa: van contraverse naar ontwikkelagenda*]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/biomassa%3A_van_contraverse_naar_ontwikkelagenda%2A/612</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/biomassa%3A_van_contraverse_naar_ontwikkelagenda%2A/612</guid>
			<description><![CDATA[Biomassa als bron voor energie krijgt groeiende aandacht, maar er is ook toenemende discussie over. Aan biomassa wordt een belangrijke rol toegedicht: de potenti&euml;len lijken zeer groot te zijn. Mede op basis van potentieelschattingen stellen beleidsmakers doelen, zowel in de VS als in de EU, en in eigen land. De beleidsmakers lijken op zoek naar het groene goud. Er zijn echter ook twijfels: kan dat allemaal wel? Is er wel zoveel ruimte, letterlijk en figuurlijk, voor biomassa? Zijn de nadelen niet groter dan de voordelen? 
Op verzoek van de Algemene Energieraad AER analyseerden JPvS en CE Delft de discussie: welke factoren zijn cruciaal? Hoe zijn ze te be&iuml;nvloeden? En: hoe kan de controverse worden omgebouwd naar een breed gedragen ontwikkelagenda? Met een rondetafelbijeenkomst met de belangrijkste Nederlandse biomassa-experts is een flinke stap in die richting gezet. 
 
Belangrijke conclusie is dat de actuele ontwikkeling van de biomassasector zich niet gedraagt zoals de technische potentieelstudies voorspelden. Deze laatste presenteren grote hoeveelheden marginaal land en reststromen als interessante biomassabronnen terwijl in de markt hoogproductieve vruchtbare gronden worden gebruikt. Deze totaal andere ontwikkeling is goed verklaarbaar (overheidsbeleid dat deze markt aanjaagt beloont niet-duurzame biomassa evenveel als duurzame) maar geeft grote risico\'s op concurrentie met voedsel en aantasting van natuur. Om deze ontwikkeling om te buigen is nieuwe ontwikkelingsagenda voor biomassa, landbouw en veeteelt nodig. Elementen van deze agenda zijn opgenomen in het advies. Kern van het advies is een koppeling te maken met mondiaal ruimtebeleid, landbouwbeleid en natuurbescherming. 

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Haalbaarheid 5,75% biobrandstoffen in 2010]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/haalbaarheid_5%2C75%25_biobrandstoffen_in_2010/517</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/haalbaarheid_5%2C75%25_biobrandstoffen_in_2010/517</guid>
			<description><![CDATA[De overheid heeft in 2006 besloten dat oliemaatschappijen in 2007 2% biobrandstoffen moeten verkopen, en dat dit percentage oploopt naar 5,75% in 2010. Het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) heeft CE gevraagd om de mogelijkheden van oliemaatschappijen om aan de verplichting in 2010 te voldoen in te schatten, en maatschappelijke belemmeringen die deze doelstelling in de weg kunnen staan in kaart te brengen.

We concluderen in deze notitie dat het lastig zal worden om de 5,75%-doelstelling te halen, maar niet onmogelijk. De biomassa- en biobrandstofproductiecapaciteit neemt de komende jaren sterk toe. Zowel het aanbod van biomassa als ook de productiecapaciteit worden de komende jaren echter krap, zodat de kosten van biobrandstoffen waarschijnlijk zullen stijgen. Daarnaast belemmeren de huidige brandstofspecificaties de verkoop van een dergelijk aandeel biobrandstof, en is het wagenpark nog niet geschikt om de 5,75% te verwerken. Het beleid zal de komende jaren dan ook moeten worden aangepast om deze belemmeringen weg te nemen.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Biofuels and their global influence on land availability for agriculture and nature]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/biofuels_and_their_global_influence_on_land_availability_for_agriculture_and_nature/503</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/biofuels_and_their_global_influence_on_land_availability_for_agriculture_and_nature/503</guid>
			<description><![CDATA[In opdracht van Unilever International heeft CE een verkenning uitgevoerd naar transportbrandstoffen uit biomassa en de effecten op het wereldwijde landgebruik.
Binnen en buiten Nederland en de EU neemt de vraag naar biobrandstoffen de laatste jaren sterk toe, als gevolg van (nieuw) overheidsbeleid dat het gebruik hiervan financieel stimuleert of verplicht. De verwachting is dat het beleid de komende jaren nog verder wordt ge&iuml;ntensiveerd, waardoor de groei verder zal doorzetten. Voor de productie van deze brandstoffen zijn grote hoeveelheden grondstoffen nodig. Op dit moment zijn dat dezelfde landbouwproducten die voedselproducenten gebruiken, waardoor er een directe concurrentie is ontstaan tussen biobrandstof- en voedselproducenten. Daarnaast wordt wereldwijd het mondiale landbouwareaal vergroot om aan de extra vraag naar deze grondstoffen te voldoen. Dit leidt tot een bedreiging van de mondiale en regionale biodiversiteit. 
Zowel de concurrentie met de voedselindustrie als ook de druk op natuur en biodiversiteit kunnen onder andere worden verkleind door biobrandstoffen in te zetten die een hoge CO2-reductie per hectare bereiken. Ontwikkeling in de landbouw &eacute;n in de productietechnieken van de biobrandstoffen zijn hiervoor cruciaal. Deze en andere conclusies kunt u nalezen in dit rapport.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de projectleider Geert Bergsma.]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:21 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[The greenhouse gas calculation methodology for biomass-based electricity, heat and fuels*]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/the_greenhouse_gas_calculation_methodology_for_biomass-based_electricity%2C_heat_and_fuels%2A/545</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/the_greenhouse_gas_calculation_methodology_for_biomass-based_electricity%2C_heat_and_fuels%2A/545</guid>
			<description><![CDATA[De Commissie Cramer stelt duurzaamheidscriteria op voor de productie van elektriciteit, warmte en transportbrandstoffen uit biomassa. CE heeft voor deze commissie een methodiek ontworpen om te berekenen welke en hoeveel broeikasgassen hierbij vrijkomen. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Utrecht en in overleg met andere, internationale experts. 

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Energieke natuur op en rond de Veluwe]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/energieke_natuur_op_en_rond_de_veluwe/446</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/energieke_natuur_op_en_rond_de_veluwe/446</guid>
			<description><![CDATA[Het rapport, opgesteld in opdracht van Stichting Shell Research, beschrijft een concept om meer biomassa voor energie op en rond de Veluwe te winnen zodanig dat de natuur er door wordt versterkt wordt. Zo kan biomassa een welkome bijdrage zijn aan natuurbehoud en - ontwikkeling. 

De actualiteit, bijvoorbeeld recente rapporten van de Rekenkamer en het Milieu- en Natuur Planbureau, wijst uit dat het natuurbeleid niet op schema ligt; nieuwe ‘motoren’ achter natuurontwikkeling zijn dringend gewenst.
Ook uit oogpunt van transitie naar een duurzame energiehuishouding is ‘Energieke natuur’ van belang. In veel energiescenario’s groeit het aandeel van biomassa, maar er zijn grote zorgen dat deze ontwikkeling ten koste gaat van natuur, biodiversiteit en voedselproductie. Het concept dat in bijgaand rapport is uitgewerkt laat zien dat biomassa, mits goed georganiseerd, een positieve bijdrage kan leveren.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Is er een vruchtbare toekomst voor groene grondstoffen in Nederland?]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/is_er_een_vruchtbare_toekomst_voor_groene_grondstoffen_in_nederland/470</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/is_er_een_vruchtbare_toekomst_voor_groene_grondstoffen_in_nederland/470</guid>
			<description><![CDATA[CE heeft voor het MNP die de energietransitie evaluateert de systeemoptie ‘Groene Grondstoffen’ uitgebreid bekeken. Gebruikte bronnen betroffen literatuurstudies en interviews met een zestal mensen ‘uit het veld’. In de studie is ook een globaal inzicht in de aan ‘groene grondstoffen gerelateerde productiekosten en 
milieubelasting gegenereerd, afgezet tegen de productiekosten en milieubelasting voor de concurrerende gangbare petrochemische alternatieven.

Uit de beschikbare informatie blijkt naar ons idee dat op dit moment al veel technologie beschikbaar is en in principe een aanzienlijk deel tot een zeer groot deel van de huidige grondstoffen technisch gezien zou kunnen worden geproduceerd op basis van biomassa. Belangrijkste knelpunten voor de introductie op de markt zijn met name de kostprijs en de onbekendheid met het product bij afnemers. Bij kostprijzen die soms 
2 - 3 maal hoger liggen als voor de te vervangen gangbare petrochemische producten wordt vaak alleen ge&iuml;mplementeerd wanneer het petrochemische product vanwege de milieuschade bij toepassing ervan (smeermiddelen, oplosmiddelen, inkten en verven) wordt verboden of wanneer een eindgebruiker zich als duurzaam wil profileren (bioplastics). Er zijn een beperkt aantal voorbeelden gevonden waarin productie op basis van biomassa goedkoper is als productie op basis van petrochemische grondstoffen (ethanol, 1,3 propaandiol). ,
De voordelen van groene grondstoffen qua milieubelasting bij productie betreffen vooral de lagere toxiciteit bij gebruik van bepaalde producten (smeermiddelen, oplosmiddelen, inkten en verven). 
Milieubelasting per eenheid product in de vorm van broeikasgasemissies is vaak alleen lager omdat een petrochemische grondstof - en dus de fossiele energie-inhoud en koolstof inhoud van deze grondstof - wordt uitgespaard. Maar de productieprocessen voor groene grondstoffen zijn vaak minder effici&euml;nt met energie als de petrochemische productieroutes. Mogelijke uitzondering is de productie van chemicali&euml;n waarin een stikstofatoom is opgenomen. 
 
Bovendien kan bij de teelt van met name eiwit producerende gewassen (bijvoorbeeld koolzaad) een significante emissie van broeikasgassen optreden door de benodigde gift aan stikstof meststoffen. Meerjarige olieproducerende of suikerproducerende gewassen hebben dit euvel vaak niet.
Een derde kanttekening voor specifiek de toepassing van geteelde biomassa als grondstof is dat het benodigde ruimtegebruik van dit soort grondstoffen een ernstige aanslag op het milieu kan veroorzaken wanneer natuur moet wijken voor teeltarealen. Het verdient dan ook de aanbeveling zoveel mogelijk gebruik te maken van reststromen of anders van gewassen met een zo hoog mogelijke opbrengst per hectare aan nuttige componenten in het gewas (suikerriet, suikerbiet, palmolie). 

We zien verder dat in Europa de subsidie op toepassing van biomassa voor elektriciteitproductie en voertuig brandstoffen een ongelijk speelveld heeft gecre&euml;erd waarin ontwikkeling van groene grondstoffen minder prioriteit krijgt en waarin kosten voor de grondstoffen voor de huidige groene grondstoffen stijgen omdat deze grondstoffen worden onttrokken aan de markt voor de gesubsidieerde toepassingen in elektriciteit productie en voertuig brandstoffen productie.

Onze aanbevelingen zijn - aansluitend bij het bovenstaande - dan ook:Cre&euml;er een gelijk speelveld en een overkoepelende visie op het biomassa speelveld met aandacht voor de concurrentie en mogelijke synergie tussen bio-energie, biobrandstoffen, bioproducts en voedsel.Overweeg om naast vergelijkbaar aan een kWhe biosubsidie een tijdelijke bioproducts  CO2-reductie subsidie in te voeren.Overweeg om naast overheidsdoelen voor bio-energie en biobrandstoffen een doel vast te stellen voor duurzame nieuwe bioproducten.Zorg voor een filter waarmee kansrijke opties en routes sneller kunnen worden geselecteerd en andere sneller kunnen afvallen.Concentreer de inspanningen op routes met een duidelijk onafhankelijk aangetoond milieuvoordeel met een redelijk kostenplaatje.Focus voor subsidieverlening voor R&amp;D ook op toegevoegde waarde wat betreft toxiciteit of dwing dat wettelijk af – bijvoorbeeld biosmeermiddelen in natuurgebieden.Laat de productie van bulkchemicali&euml;n en de teelt van de benodigde gewassen buiten Nederland plaatsvinden en stimuleer op dit veld hooguit de ontwikkeling van conversietechnologie.

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Strategie voor klimaatneutrale brandstoffen]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/strategie_voor_klimaatneutrale_brandstoffen/418</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/strategie_voor_klimaatneutrale_brandstoffen/418</guid>
			<description><![CDATA[Dit rapport bevat een advies aan het Ministerie van VROM ten aanzien van een robuuste middellange strategie voor klimaatneutrale brandstoffen. We concluderen hierin dat een effectief beleid van de overheid om klimaatneutrale brandstoffen te stimuleren goed mogelijk is. Wanneer de overheid een markt voor klimaatneutrale brandstoffen cre&euml;ert, biedt dat het bedrijfsleven de mogelijkheid om te investeren in de meest veelbelovende klimaatneutrale opties, zodat de techniek verder wordt ontwikkeld. Stabiel en betrouwbaar beleid dat gedurende een langere termijn zekerheid biedt is daarvoor essentieel. 
Het rapport bevat allereerst een beschrijving van het kader waarbinnen het beleid moet worden vormgegeven. Vervolgens geven we de hoofdlijnen van de strategie. Op basis hiervan zijn een aantal beleidsscenario’s geanalyseerd waarmee de overheid deze strategie handen en voeten zou kunnen geven. 
Opdrachtgevers van deze studie waren het GAVE programma van SenterNovem en het Ministerie van VROM.

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Resultaat Enquęte duurzame import van biomassa]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/resultaat_enqu%EAte_duurzame_import_van_biomassa/442</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/resultaat_enqu%EAte_duurzame_import_van_biomassa/442</guid>
			<description><![CDATA[In de strijd tegen klimaatverandering wordt steeds vaker biomassa ingezet als alternatief voor fossiele brandstoffen. Van belang is dat de winst aan duurzaamheid die Nederland hierdoor kan boeken, niet ten koste gaat van duurzaamheid in de productielanden.  Daarom ontwikkelt de projectgroep ‘Duurzame import van biomassa’ onder leiding van prof Jacqueline Cramer een set aspecten aan de hand waarvan de duurzaamheid van biomassa aangetoond kan worden. Voor het toetsen van draagvlak hiervoor heeft CE een webenqu&ecirc;te uitgezet onder stakeholders. Hierop hebben 104 respondenten gereageerd. In het rapport zijn alle resultaten en conclusies gespreid over NGO\'s, bedrijfsleven, overheid en algemeen gerapporteerd. Een aantal opvallende conclusies zijn:Het merendeel van de respondenten acht een duurzaamheidstoets voor biomassa, mogelijk mits er adequate duurzaamheideisen gesteld worden (68%)Vrijwel alle respondenten vinden dat de duurzaamheidscriteria moeten gelden voor alle toepassingen van biomassa (90%)Of duurzaamheidscriteria afhankelijk moeten zijn van de productieregio wordt door de respondenten heel verschillend gezien (helft voor helft tegen)Veel NGO’s vinden dat duurzaamheidscriteria specifiek zouden moeten zijn per biomassastroom (50%), in tegenstelling tot het bedrijfsleven dat pleit voor een gelijke set aan criteria voor alle stromen.Het merendeel van de respondenten vindt dat biomassacriteria moeten gelden voor zowel projecten met als zonder subsidieWel geeft een grote meerderheid aan dat subsidie voor biomassa afhankelijk dient te zijn van de mate van duurzaamheid (72%) en dan met name ook van de  CO2-emissiereductie omdat dit als belangrijkste factor wordt gezien.Wat betreft het aspect GMO bestaat een groot verschil van mening tussen NGO’s en bedrijven. Circa 75% van de NGO’s wil dit meenemen en slechts 10% van de bedrijvenSpontaan zijn ook een aantal aspecten toegevoegd. Opvallend vaak worden aandacht voor kleinschalige gezinslandbouw en een zo hoog mogelijk opbrengst en CO2-reductie per hectare landbouwgrond genoemd. Aanbevolen wordt dit laatste punt ook mee te nemen mede om het aspect ‘voorkomen van concurrentie met voedselproductie’ praktisch vorm te geven.
Het rapport besluit met een concreet advies op basis van de enquete voor duurzaamheidsvoorwaarden voor biomassa. De commissie Cramer heeft haar rapport van augustus 2006 voor een flink deel gebaseerd op de resultaten en evaluatie van de enquete.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Cost effectiveness of CO2 mitigation in transport]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/cost_effectiveness_of_co2_mitigation_in_transport/395</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/cost_effectiveness_of_co2_mitigation_in_transport/395</guid>
			<description><![CDATA[The ECMT is currently writing a report on carbon emission reductions in the transport sector. To support this study, CE Delft was asked to write a background report on cost effectiveness of measures to reduce CO2 emissions in the transport sector. In this report, various technical mitigation options in the transport sector are analyzed: im-proved fuel economy of cars, biofuels and hydrogen. 

The report concludes that studies on this topic are not always in agreement. Several studies find that efficiency measures in the transport sector can be more cost effective than measures in other sectors, whereas other studies, for example a recent EEA report, disagree. Regarding biofuels, the report concludes that biomass use in power stations is more favourable from a cost effectiveness point of view. New biofuels are being developed that are expected to perform better. 

It is furthermore concluded that there are only very few studies available that address the issue of cost effectiveness of measures across sectors. Even data on the cost effectiveness of measures within the transport sector is scarce.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:21 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Het Energie Agri Cluster voor het Transitie Alternatief]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/het_energie_agri_cluster_voor_het_transitie_alternatief/390</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/het_energie_agri_cluster_voor_het_transitie_alternatief/390</guid>
			<description><![CDATA[Het Energie Agricluster voor het Transitie Alternatief voor de Zuiderzeelijn is door CE in een aantal weken ontwikkeld als robuust alternatief voor de Zuiderzeelijn. Dit plan is bedoeld als samenhangend cluster dat tegelijkertijd de economische structuur van Noord-Nederland verbetert en daarnaast ook een impuls geeft aan de verduurzaming van de energievoorziening. Het cluster sluit nauw aan bij de nationale Energietransitie, het bestaande Energy Valley en de unieke eigenschappen van Noord-Nederland. Het gaat daarbij vooral om uitgebreide mogelijkheden voor CO2-opslag in ondergrond, de mogelijkheden van de Eemshaven, het bestaande Agricluster en bestaande kennisinfrastructuur. Het plan is additioneel op bestaande plannen en richt zich ook met name op het verminderen van de gevoeligheid voor de aardgasprijs van de Noordelijke economie. 
Het plan bevat een biomassa/kolenvergasser met CO2-opslag, een CO2-distributienet, een tweede generatie ethanolfabriek, een bioraffinage-unit, een Blue energy centrale (energie uit zoet zout overgang) een virtuele micro WKK centrale en een kennisnetwerk. Met eenmalig 550 miljoen overheidsbijdrage en 2 miljard particuliere investering realiseert het plan 5 a 11 Mton CO2-emissiebeperking per jaar en langjarig 2000 of meer arbeidsplaatsen. Economisch bureau Ecorys heeft het Energie Agri cluster positief beoordeeld. Ook expertpanel voor het transitie alternatief en de strategische milieubeoordeling waren positief over dit innovatieve energie en agricluster voor Noord-Nederland.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Bio-energy in Europe 2005: Policy trends and issues]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/bio-energy_in_europe_2005%3A_policy_trends_and_issues/406</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/bio-energy_in_europe_2005%3A_policy_trends_and_issues/406</guid>
			<description><![CDATA[This report analyses current European trends in bio-energy policies as they relate to electricity and heat production. The first part of the report analyses the effects of seven EU directives on bio-energy projects. The second part of the reports analyses the German situation with regard to bio-energy.

The report concludes that:Bio-energy policy gives rise to policy competition among Member States, which would have a negative impact on the cost-efficiency of bio-energy policy. Member States should therefore coordinate their bio-energy support regimes. It is not necessary to introduce a uniform system of supports through-out the EU, but it is necessary to avoid wasting subsidies.Shifting biogenic waste from landfill to energy production, in particular, is a means of substantially increasing bio-energy production in Europe. This is even more important because it can potentially reduce European CO2-eq. emissions by 200-300 Mt per year. Landfill bans or substantial landfill taxes have proved to work well in many European countries in pursuit of this aim.Member States should carefully consider bio-energy and bio-fuel goals in combination. This is a potential area of policy competition that may lead to wastage of subsidies and reduce the cost efficiency of both policies.
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:21 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieuanalyse 4 alternatieve (bio-)brandstoffen voor de Gelderland 13]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyse_4_alternatieve_%28bio-%29brandstoffen_voor_de_gelderland_13/399</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieuanalyse_4_alternatieve_%28bio-%29brandstoffen_voor_de_gelderland_13/399</guid>
			<description><![CDATA[Electrabel heeft, net als andere Nederlandse elektriciteitsproducenten, in het kolenconvenant met de Nederlandse overheid afgesproken een deel van de kolen die zij gebruikt voor elektriciteitsproductie te vervangen door biomassa.  Deze studie is een vervolg op de studie van augustus 2005. In deze studie, in opdracht van Electrabel, zijn vier  andere  alternatieve brandstoffen  dan in het rapport van augustus 2005  onderzocht op hun milieu voor- en nadelen, te weten:  corncobpellets, rijstresidupellets, palmpitkorrels en eucalyptushoutpellets. 

Conclusies:

Rijstresidupellets en corncobpellets
Uitgangspunt in de analyse is dat in het productieland Thailand in plaats van de rijstkaf/corncobs voor bemesting van het land kunstmest wordt gebruikt. Meestoken van de rijstkaf/corncobs als rijstresidupellets/corncobpellets in de Gelderland 13 is dan gunstig voor zowel broeikasgasemissies als lokale luchtkwaliteit rond de G13.
Eucalyptushoutpellets
Uitgangspunt is dat het deel van het eucalyptushout dat in Zuid-Afrika ter plaatse niet wordt benut, daar op hopen wordt verbrand. Toepassing in Zuid-Afrika verdient de voorkeur, maar gebeurt niet. Meestoken van het eucalyptushout in de Gelderland 13 is dan gunstig voor zowel broeikasgasemissies als lokale luchtkwaliteit rond de G13.
Palmpitkorrels
Of meestook van palmpitkorrels in de G13 gunstig is voor het milieu is sterk afhankelijk van de huidige toepassing. Is die huidige toepassing veevoer dan is meestoken waarschijnlijk ongunstig voor het milieu omdat waarschijnlijk het ten koste gaat van natuur zoals oerwoud. Is die toepassing meststof of verbranding dan is meestoken gunstiger voor het milieu. Meestoken in de G13 heeft zonder aanvullende maatregelen (verwijdering extra NOx uit rookgassen) een gering negatief effect op de lokale luchtkwaliteit rond de G13.
Algemene conclusie
Meestoken in de G13 is milieukundig in het algemeen gunstig voor de lokale luchtkwaliteit rond de G13 en voor het broeikaseffect. Voor palmpitkorrels is beide waarschijnlijk niet het geval. ]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Cool cars, fancy fuels]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/cool_cars%2C_fancy_fuels/371</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/cool_cars%2C_fancy_fuels/371</guid>
			<description><![CDATA[In light of rising CO2 emissions in the transport sector, the Dutch branch of the World Wide Fund for Nature, WNF, has decided to launch a campaign that focuses attention on the CO2 emissions of cars. WNF asked CE Delft to write a research document providing the scientific knowledge base required for this campaign. 

This report first provides background information on the historical development of CO2 emissions from passenger cars. It then describes the current situation regarding mitigation, on a national and on an international (EU) level. Finally, technological developments with respect to fuel efficient vehicles and low-carbon fuels are described. 

Fuel efficient cars are on sale today, and the technology is available to reduce the fuel consumption (and thus CO2 emissions) of new passenger cars further. However, additional government incentives are needed to boost the development and sales of more fuel-efficient cars. Biofuels are currently the only feasible option for significantly reducing the CO2 emissions of fuels. The present average cost effectiveness of biofuels is not particularly attractive, but there is significant potential for improvement, particularly with new biofuel processes. Policies are needed to guarantee the sustainability of the biofuels used and to encourage development and use of biofuels with superior environmental performance. 
]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:21 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Op (de) weg met plantenolie?]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/op_%28de%29_weg_met_plantenolie/345</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/op_%28de%29_weg_met_plantenolie/345</guid>
			<description><![CDATA[Persen van koolzaad levert Pure Plantaardige Olie (PPO), een vervanger van diesel. Het rijden op deze olie klinkt als ‘milieuvriendelijk’ en ‘goedkoop’. Maar is dat ook zo? Nuancering lijkt op zijn plaats blijkt uit onderzoek van CE in opdracht van SenterNovem. 

De belangrijkste conclusies uit onze studie zijn:Toepassing van PPO uit koolzaad als voertuigbrandstof is alleen mogelijk wanneer de motor van het voertuig wordt aangepast en wordt uitgerust voor 100% rijden op PPO. Mogelijkheden voor ombouw zijn nog beperkt tot een gedeelte van de voertuigenmarkt - met name voertuigen met indirect ge&iuml;njecteerde motoren en voertuigen met centrale injectiepompen.De uitstoot van broeikasgassen wordt met gemiddeld 30% gereduceerd. Afhankelijk van de opbrengsten koolzaad per hectare, de omvang van lachgas emissies vanaf de akker en de productietechniek zou de reductie ook 65%, maar ook -15% (toename emissies) kunnen zijn. Deze uitkomst is in lijn met de op de UBA website te vinden informatie over biodiesel.De voertuigemissies van voertuigen die op PPO rijden zijn nog niet goed in te schatten, er zijn nog te weinig emissiemetingen uitgevoerd om daar concrete algemeen geldende uitspraken over te kunnen doen. Het is in ieder geval niet zo dat rijden op PPO onomstotelijk leidt tot fors lagere emissies per kilometer van fijn stof en NOx.Rijden op PPO als een maatregel in het kader van klimaatbeleid is daarnaast duur. De productiekosten voor PPO zijn momenteel 2-3 keer hoger dan de kosten bij het rijden op diesel. Dit is exclusief de kosten die gemaakt moeten worden voor het ombouwen van de motoren, wat noodzakelijk is om te kunnen rijden op PPO. Omgerekend is de toepassing van PPO als maatregel om de emissies van broeikasgassen te reduceren dan ook zeer hoog. Gemiddeld kost deze maatregel € 950 per ton CO2. Ter vergelijking: in het energiebesparingsbeleid gelden maximale reductiekosten van € 50,-/ton.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bettina Kampman, of 015 2150150. ]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Milieuevaluatie van inzet alternatieve (bio-)brandstoffen in de Gelderland 13 energiecentrale]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/milieuevaluatie_van_inzet_alternatieve_%28bio-%29brandstoffen_in_de_gelderland_13_energiecentrale/349</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/milieuevaluatie_van_inzet_alternatieve_%28bio-%29brandstoffen_in_de_gelderland_13_energiecentrale/349</guid>
			<description><![CDATA[Electrabel heeft, net als andere Nederlandse elektriciteitsproducenten, in het kolenconvenant met de Nederlandse overheid afgesproken een deel van de kolen die zij gebruikt voor elektriciteitsproductie te vervangen door biomassa. In deze studie, in opdracht van Electrabel, zijn vier alternatieve brandstoffen onderzocht op hun milieu voor- en nadelen, te weten: resthout, frituurvet, palmolie vetzuren en tall oil pitch. Conclusies:

Resthout
Het meestoken van resthout in de Gelderland 13 is milieukundig gunstiger dan het gebruik van resthout voor de productie van spaanplaat. 
Frituurvet
Het meestoken van frituurvet in de Gelderland 13 is milieukundig de meest gunstige optie: Via deze route wordt steenkool vervangen en dat levert meer milieuwinst is op dan het vervangen van olie via andere opties.
Palmolie vetzuren
Indien er uitbreiding plaatsvindt van het areaal aan plantages voor palmolie door toepassing van palmolie vetzuren voor energie dan is afhankelijk van de precieze manier van teelt, de samenstelling van het eerdere bos etc, het effect op broeikaseffect mogelijk negatief en biodiversiteit waarschijnlijk negatief. De precieze effecten onder deze aanname zijn niet onderzocht in deze studie. Indien gewaarborgd wordt dat het gebruik van palmolie vetzuren niet leidt tot de aanleg van nieuwe plantages geeft het meestoken van palmolie vetzuren in de Gelderland 13 een lagere netto milieubelasting op alle beschouwde thema’s dan inzet ervan in veevoeder (de alternatieve toepassing voor de vetzuren). Wij bevelen aan op dit punt in gesprek te gaan met NGO’s en verder onderzoek te verrichten.

Tall oil pitch
Tall oil is het residu van de tall oil destillatie. Tall oil is een bijproduct van het sulfaat pulp proces voor de productie van papier/karton. Ook het toepassen van tall oil pitch voor energie is milieukundig positief. Wel is het maatschappelijk aanbevelenswaardig om de 8% sterolen in deze grondstof af te scheiden en elders in te zetten voor voedsel met gezondsheidsvoordelen. 

Algemene conclusie
Meestoken van de beschouwde alternatieve brandstoffen in de Gelderland 13 resulteert steeds in een verbetering van de lokale luchtkwaliteit rond de centrale;

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
		        
		<item>
			<title><![CDATA[Duurzaamheid van de transitie bio-ethanol]]></title>
			<link>http://www.ce.nl/publicatie/duurzaamheid_van_de_transitie_bio-ethanol/340</link>
			<guid>http://www.ce.nl/publicatie/duurzaamheid_van_de_transitie_bio-ethanol/340</guid>
			<description><![CDATA[Op dit moment kan bio-ethanol, een biobrandstof die lijkt op benzine, grootschalig worden geproduceerd uit grondstoffen zoals suiker- of graanproducten. Nedalco BV is echter ook bezig met onderzoek naar processen waarmee ethanol ook uit houtachtige biomassa kan worden geproduceerd. De verwachting is dat met deze nieuwe technologie de kosten van de ethanol flink dalen, terwijl de milieuprestaties toenemen. 

In deze studie heeft CE, in opdracht van Nedalco, de verschillende duurzaamheidsaspecten van de huidige en toekomstige ethanolproductie in kaart gebracht. We hebben daarvoor o.a. berekend in welke mate de uitstoot van broeikasgassen wordt beperkt door de overstap naar houtachtige grondstoffen: is de CO2 reductie bij de huidige grondstoffen ca. 40 – 60%, bij de toekomstige ethanol kan dit oplopen tot 80-90%. Omdat daarnaast ook de kosten naar verwachting dalen, heeft deze ontwikkeling grote (positieve) gevolgen voor de kosteneffectiviteit van ethanol (uitgedrukt in kosten per vermeden ton CO2 uitstoot). Als zowel de kosten als ook de technologie zich ontwikkeld zoals we in deze studie aannemen kan de kosteneffectiviteit op ca. 20 tot 40 €/ton CO2-eq. 

]]></description>
			<pubDate>Tue, 17 Mar 2009 10:17:35 +0100</pubDate>
			<category>Algemeen</category>
		</item>
		
			</channel>
</rss>
