Buisinfrastructuur Zeeland & West-Brabant

In 2017 heeft CE Delft in opdracht van Smart Delta Resources (SDR) een routekaart opgesteld naar een klimaatneutrale industrie in Zeeland en West-Brabant. Als vervolg daarop is het project CUST (Clean Underground Sustainable Transport) gestart, een scenariostudie met als doel het verkennen welke buisinfrastructuur nodig is voor een klimaatneutrale toekomst, welke infrastructuur daarvoor beschikbaar is en wat de financiële, juridische en technische kaders zijn waarbinnen deze buisinfrastructuur gerealiseerd dient te worden. Meer informatie: Marit van Lieshout

Circulaire opties Moerdijk

CE Delft gaat voor het Havenbedrijf Moerdijk een verkenning uitvoeren naar innovatieve processen waarmee de nu al in het Havengebied Moerdijk verwerkte en vrijkomende afvalstoffen kunnen worden omgezet in meer hoogwaardige grondstoffen en extern afzetbare brandstoffen. De resulterende inventarisatie kan worden gebruikt door het Havenbedrijf voor overleg met de al op het terrein gevestigde bedrijven over het versterken van de circulaire economie in het gebied en voor acquisitie richting nieuw te vestigen bedrijven. Meer informatie: Marit van Lieshout

LCA van CCU Twente

Twence, opgericht door veertien Twentse gemeenten met een gezamenlijke visie op afvalwerking en circulaire economie, heeft RH-DHV en CE Delft gevraagd een LCA-studie uit te voeren naar de duurzaamheid van korte en (middel-)lange termijntoepassingen van de uit eigen rookgas afgevangen CO2 (CCU). Twence denkt daarbij aan de volgende afzetroutes: naar de glastuinbouw, bouwmaterialen, chemische toepassingen en e-fuel voor de transportsector. Meer informatie: Diederik Jaspers

CCU Smart Grid Noord- & Zuid-Holland

Drie afvalbedrijven (AEB, HVC, AVR) en OCAP hebben subsidie ontvangen om onderzoek te doen naar de haalbaarheid van CO2-hergebruik ten behoeve van nieuwe tuinders in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. Aan CE Delft is gevraagd om een eerdere de studie naar maatschappelijke kosten en baten en CO2-reductie specifiek voor deze bedrijven te onderzoeken via een LCA en MKBA van een CCU Smart Grid. Meer informatie: Martijn Blom

 

Energiestrategie Noordzeekanaal

Voor het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied (NZKG) hebben CE Delft, Studio Marco Vermeulen en SEO Economisch Onderzoek een ontwikkelstrategie voor de energietransitie in het Noordzeekanaalgebied uitgewerkt. Daarbij zijn eerst de strategische stappen voor de korte termijn geschetst en zijn vier mogelijke ontwikkelrichtingen voor de langere termijn onderzocht en besproken met stakeholders. Meer informatie: Cor Leguijt

CO2-heffing industrie

Wat is een verstandige CO2-heffing voor de industrie? Dat is momenteel de vraag na het Kabinetsbesluit om zo een heffing in te voeren. CE Delft heeft daar eind 2018 onderzoek naar gedaan en de uitkomsten spelen in de huidige discussie. In een opiniebijdrage in NRC Handelsblad hebben de onderzoekers van CE Delft hun genuanceerde beeld over 'een verstandige CO2-heffing’ nog eens op een rijtje gezet. Klik hier voor de studies. Meer informatie: Sander de Bruyn

 

Milieuprijzen in industrie

Philips heeft een programma gelanceerd om te sturen op de verduurzaming van al haar bedrijfsactiviteiten en haar gehele waardeketen. Een van de belangrijkste methoden die worden gebruikt om de uitgangspunten van het bedrijf te bepalen, is een Environmental Profit & Loss (EP&L) verklaring. Hierdoor wordt de milieu-impact van Philips gepresenteerd als een economische waardering. Philips heeft in het jaarverslag over 2017 de EP&L voor het eerst opgenomen. De impact van de producten van Philips op de samenleving zijn berekend met Milieuprijzen van CE Delft. CE Delft heeft aan Philips geadviseerd welke milieuprijzen konden worden meegenomen bij de berekening en op welke manier andere impacts zouden kunnen worden gewaardeerd.
Meer informatie: Sander de Bruyn

Chemische recycling en LAP

Rijkswaterstaat heeft CE Delft gevraagd te adviseren over de nieuwste vormen van chemische recycling en te bekijken of de voorkeursvolgorde in het Landelijk Afvalplan (LAP) verfijnd moet worden. Nieuwe technieken (depolymerisatie, solvolyse) benaderen qua milieuscore de mechanische recycling, maar het LAP kent een dergelijke verfijning nog niet. Meer informatie Geert Bergsma

 

Mogelijkheden restwarmte

De industrie en energiecentrales lozen nog ca. 100 Pj restwarmte op het oppervlaktewater en in de lucht. Voor Rijkswaterstaat heeft CE Delft de huidige stand van zaken in beeld gebracht: welk beleid en welke wet- en regelgeving zijn op dit moment relevant, welke kansen zijn er voor benutting van restwarmte, wat zijn de belangrijkste barrières en oplossingen? Dit rapport kan door de betrokken ministeries worden gebruikt als gemeenschappelijke kennisbasis over restwarmte. De resultaten bieden ook concrete aanknopingspunten voor vervolgstappen om de benutting van restwarmte te stimuleren. Meer informatie: Bettina Kampman

Synergie CO2-reductie Noordwest-Europa

Hoewel elk land zijn eigen klimaatbeleidskader heeft, kan coördinatie en afstemming van beleidsmaatregelen binnen een groep naburige landen de doeltreffendheid van het klimaatbeleid vergroten en de koolstoflekkage-effecten en concurrentienadelen verminderen. Dit rapport, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaatbeleid, geeft een breed overzicht van mogelijke beleidsmaatregelen waarbij synergie-effecten van grensoverschrijdende coördinatie kunnen worden bereikt. Deze analyse resulteert daarnaast in een reeks potentiële nieuwe beleidsmaatregelen die een significante reductie van de uitstoot van broeikasgassen in Noordwest-Europa mogelijk maken. Meer informatie: Bettina Kampman

Meer informatie

Indien u vragen heeft over de onderzoeks- en adviesmogelijkheden op het gebied van energie- en grondstoffen in de industrie dan kunt u contact opnemen met Bettina Kampman, 015-2150150.