Mediacontacten

Al ons onderzoek voeren we uit in opdracht van derden, waarbij we onze onafhankelijkheid nadrukkelijk bewaken. We werken voor zeer uitlopende (internationale) partijen, van milieuorganisaties tot en met grote industriële bedrijven. Om invulling te geven aan onze missie zoeken we veelvuldig de publiciteit, of de publiciteit zoekt ons. Waar mogelijk stellen we onze ideeën ter beschikking aan een breder publiek, en leveren zo een bijdrage aan het maatschappelijk debat. 

Voor persvoorlichting en vragen kunt u contact opnemen met Han Schouten, persvoorlichter van CE Delft. 
Tel.: 06-51893057 E-mail: schouten@ce.nl 

Nieuwsarchief

Hieronder vindt u een overzicht van gearchiveerde nieuwsberichten. We publiceren al onze nieuwe studies op Twitter en LinkedIn, kijk en volg ons daar of zoek in ons rapportoverzicht op deze website.

9 juni 2020 | Nieuwsbrief duurzame steden
In dit nummer o.a. CO2-beprijzing bij aanbesteding, Industrie-advies Omgevingsdienst, Veiligheid elektrische auto, Gunstig effect MVI, Ondersteuning rekenkamers, Statiegeld op blikjes, Zero-emissie op de bouwplaats.

9 april 2020 | Uitstoot broeikasgassen in Nederland
Dagblad Trouw heeft CE Delft gevraagd om in beeld te brengen welke bedrijven en sectoren in Nederland de meeste broeikasgassen uitstoten. Er is eerst gekeken naar de hoofdsectoren die in totaal samen meer dan 90% van het totaal aan broeikasgassen uitstoten. Vervolgens is gekeken naar de subsectoren binnen de hoofdsectoren om zo tot een top 15 te komen van subsectoren die jaarlijks de grootste bijdrage leveren aan het broeikaseffect.

31 maart 2020 | Nieuwsbrief woningcorporaties
Aardgasvrije wijken, warmtetransitie, circulariteit

23 maart 2020 | Factsheet Waterstof in de gebouwde omgeving
Wat is waterstof, waar te gebruiken, wat zijn de kosten en hoe kun je waterstof gebruiken in de gebouwde omgeving. Factsheet met heldere uitleg.

18 maart 2020 | Verduurzamingstool Buitenverlichting LED
Gemeenten hebben bij de vernieuwingsopgave van buitenverlichting veel opties om uit te kiezen. Met energiezuinige alternatieven, zoals LED-lichtbronnen en dimapparatuur, kunnen ambities uit gemeentelijke klimaatplannen concreet worden ingevuld. Om beleidskeuzes gemakkelijker te maken, ontwikkelde CE Delft samen Tauw de Verduurzamingstool Buitenverlichting. VNG was hiervoor de opdrachtgever. De online rekentool helpt duurzaamheidsmanagers en betrokkenen bij de inkoop van openbare verlichting bij het maken van duurzame keuzes in de vervanging van buitenverlichting qua energieverbruik, materialen en kostenvermindering. De online tool presenteert ter inspiratie voor verdere stappen drie praktijkcases van verduurzaming met openbare verlichting.

19 december 2019 | Autoband oppompen gaat in de praktijk vaak niet goed
Zelf je autoband oppompen blijkt in de praktijk vaak niet tot de gewenste bandenspanning te leiden. Uit een praktijkmeting onder 92 gebruikers van gangbare pompen bij tankstations blijkt dat na het oppompen van hun autobanden de bandenspanning gemiddeld maar met 0,2 bar is toegenomen, terwijl de gebruiker 0,4 bar wenst/verwacht. In ruim een derde van de gevallen verlagen gebruikers zelfs onbedoeld de bandenspanning van minimaal 1 van de banden, omdat de bandenspanning bij aanvang hoger was dan de spanning die zij op de pomp hadden ingesteld. De praktijkmeting laat ook zien dat gebruikers correctiefactoren voor winterbanden, warme banden en buitentemperatuur niet kennen of niet toe passen. Bovendien geeft in enkele gevallen de pompinstallatie een foutmelding met hetzelfde signaal dat klinkt wanneer de band op spanning is, waardoor gebruikers ten onrechte stoppen met pompen. Na het oppompen is de spanning van bijna de helft van alle autobanden lager dan de adviesspanning. Bij nagenoeg alle luchtpompen waar de praktijkproef is gedaan was voorlichting met een instructiesticker aanwezig vanuit de gedragscampagne ‘Kies de Beste Band’.

Wanneer de pomp beter zou worden gebruikt kan dit tot een CO2-reductie leiden van maximaal 0,28 Mton CO2 per jaar op landelijk niveau en een brandstofkostenbesparing van 190 miljoen euro per jaar. Dat blijkt uit de studie van CE Delft: Praktijkgebruik van gangbare luchtpompen bij tankstations Praktijkmeting en CO2-effect. Indirect leiden de daling van de brandstofproductie (als gevolg van het lagere brandstofverbruik) en een langere levensduur van de banden jaarlijks tot iets minder dan 0,1 Mton CO2 besparing. Het Klimaatakkoord wil dat in 2030 50% meer mensen met de juiste bandenspanning rijden om zo CO2 te reduceren. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of er andere manieren dan voorlichting zijn om suboptimaal gebruik van reguliere luchtpompen te voorkomen.

4 november 2019 | Duurzaamheidsbijdrage vlees
Wat zijn de effecten van invoering van een duurzaamheidsbijdrage vlees, in 2021, 2025 en in 2030 http://bit.ly/2NaAOXk. Wat is het effect op de vleesconsumptie en de milieuwinst in binnen- en buitenland, hoeveel levert de bijdrage op en wat is het effect op de koopkracht van inkomensgroepen. De duurzaamheidsbijdrage leidt tot een geraamde afname van CO2-eq.-emissies met 4,2 Mton in 2030, waarvan 2,7 Mton CO2-eq in Nederland. Daarnaast neemt welvaart toe met 800 miljoen euro. De bijdrage kan gebruikt worden voor compensatie, van consumenten en boeren.

30 oktober 2019 | Marktontwikkeling van een duurzaam elektriciteitssysteem
CE Delft heeft samen met Universiteit Utrecht onderzocht of investeringen in zonne- en windenergie op de langere termijn zonder subsidie nog renderen. Het antwoord is NEE, zonder aanpassingen in het beleid nemen de kosten wel af, maar de waarde van die extra elektriciteit nog meer. De uren dat zonnepanelen en windmolens elektriciteit produceren zal de prijs van deze elektriciteit zo ver dalen, dat de investering niet in de markt wordt terugverdiend. Na 2025 komen er steeds meer momenten dat er minder vraag naar elektriciteit is dan zon en wind produceren.

14 oktober 2019
Hoe ziet de hernieuwabre brandstoffenmarkt voor mobiliteit eruit? Anouk van Grinsven, expert hernieuwbare brandstoffen, was te gast bij BNR-radioprogramma Green Quest. Ze praat u bij over de actuele stand van zaken op het gebeid van hernieuwbare brandstoffen in auto, vliegtuig en groederenvervoer.

6 juni 2019 - Persbericht: Baseer energiebelasting op CO2
Een CO2-afhankelijke energiebelasting geeft een financiële prikkel aan manieren om gas (bijv. groengas) en elektriciteit (bijv. windenergie) met minder of geen CO2 te produceren. De CO2-prijs helpt om alle opties voor verduurzaming van gebouwen (bijv. door isolatie, groengas, windenergie) integraal en kosteneffectief af te wegen. Zo’n belasting zorgt ervoor dat per wijk de goedkoopste en meest voor hand liggende optie gerealiseerd kan worden. Dat concludeert CE Delft in de studie ‘Opties voor een CO2-afhankelijke energiebelasting’, uitgevoerd voor GasTerra. De prijs van aardgas en fossiel opgewekte elektriciteit stijgt voor de energieconsument door een CO2-afhankelijke energiebelasting. Inkomenseffecten kunnen gerepareerd worden met de extra opbrengsten van de CO2–afhankelijke energiebelasting. Nu is groengas nog 2,5 tot 6 keer zo duur als aardgas en wordt SDE+ subsidie toegekend om het prijsverschil te compenseren. Een CO2–afhankelijke belasting is doelmatiger dan een subsidie, zodat de energieconsument minder kwijt is in vergelijking met de situatie van een ‘platte energiebelasting’ in combinatie met de ODE-heffing. Uit onderzoek in het buitenland concluderen de onderzoekers dat er twee manieren zijn om een CO2–afhankelijke energiebelasting te implementeren, via bronbelasting of eindgebruikersheffing.

Actualisering groengas emissiecijfers
Voor de uitwerking van een CO2-afhankelijke energiebelasting is inzicht nodig in de CO2-emissiecijfers voor verschillende brandstoffen. CE Delft heeft voor Groen Gas Nederland een actualisering van de CO2-kentallen voor productieroutes voor groen gas en bio-LNG. Bestaande en veelgebruikte overzichten van CO2-kentallen, zoals www.CO2-emissiefactoren.nl, hanteren verouderde ketenwaardes voor CO2-emissies. De hedendaagse praktijk voor groengas is fundamenteel anders, zowel wat betreft vergistingsprocessen als wat betreft nieuwe processen zoals vergassing. Deze studie geeft weer een compleet en actueel beeld. De emissiereductie van vergistingsketens varieert van 50%-80%, afhankelijk van feedstock en toepassing en kan uitgroeien tot een range van 90-136%. De emissiereductie van vergassingsketens varieert van 75-97% en kan uitgroeien tot een range van 121-160%. Door de actualisering van deze CO2-kengetallen zijn er betere, onafhankelijke gegevens beschikbaar voor groene gassen.

21 mei 2019 | Landelijke criteria Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) geactualiseerd
De website van MVI geeft criteria op drie ambitieniveaus, zodat inkopers en opdrachtgevers zo duurzaam mogelijk kunnen inkopen. Royal HaskoningDHV en CE Delft begeleiden dit proces, waarbij naast de Rijksoverheid ook andere stakeholders zijn betrokken. 

14 mei 2019 | Rapport - Economische- en Duurzaamheidseffecten Vliegbelasting: doorrekening nieuwe varianten
In 2018 heeft CE Delft een onderzoek gedaan naar de economische- en duurzaamheids-effecten van een aantal varianten van een vliegbelasting (CE Delft, 2018). Na afronding van het rapport heeft het ministerie van Financiën aangegeven nieuwe varianten te willen laten onderzoeken, waarin naast vertrekkende passagiers ook vrachtvliegtuigen worden belast. Dit rapport analyseert de economische- en duurzaamheidseffecten van deze varianten. Daarnaast zijn twee bestaande varianten opnieuw doorgerekend omdat er een nieuwe versie van het AEOLUS-model beschikbaar is gekomen.

14 mei 2019 - Effecten van sluiting drie extra kolencentrales
Als uiterlijk 1 januari 2020 de drie kolencentrales worden gesloten, dan zal dat zorgen voor een CO2-reductie in Nederland van 9 Mton in 2020, oplopend naar 11 Mton in 2025 en weer afnemend naar 9 Mton in 2029. Dit is de netto-reductie binnen Nederland. Hierin is rekening gehouden met extra CO2-emissie door meer productie van elektriciteit met aardgas-centrales.

Persbericht 8 mei 2019 | Modellen CE Delft en Quintel berekenen voorkeursalternatief voor aardgas per wijk in Groningen
Woningen in Nederland moeten van het aardgas af. Maar in welke wijk begin je en wat is het beste alternatief voor aardgas? De gemeente Groningen en Enexis netbeheer en Gasunie hebben CE Delft en Quintel gevraagd dit te onderzoeken. Wat de aanpak van deze twee onderzoeksbureaus bijzonder maakt, is dat ze beiden hun eigen model hebben ingezet om per wijk het voorkeursalternatief voor aardgas te bepalen in één gemeente. De onderzochte alternatieven zijn het warmtenet, de all electric oplossing (warmtepomp met zeer goede isolatie) en de inzet van groen gas met de hybride warmtepomp. Een warmtenet kan gunstig zijn als er een warmtebron aanwezig is – bijvoorbeeld restwarmte uit de industrie of aardwarmte – en de bebouwingsdichtheid relatief hoog zodat de kosten voor het net per woning beperkt blijven. Voor woningen die (zeer) goed te isoleren zijn, is een elektrische oplossing mogelijk. Voor de wat oudere huizen zal groen gas met de hybride warmtepomp de beste optie zijn. Diverse parameters zijn van invloed op hoe de modellen tot een uitkomst komen. Het gaat niet alleen om de eigenschappen van de gebouwen en de bebouwingsdichtheid, maar ook onder meer het percentage woningen in bezit van woningcorporaties, de verwachte energetische prestaties en kosten van de verschillende technieken en het bestaande elektriciteits- en gasnetwerk. In elk model worden keuzes gemaakt welke parameters wel en niet worden meegenomen en op welke manier. Hierdoor kunnen de uitkomsten van modellen verschillen.

Overeenkomsten en verschillen tussen modellen
Het gebeurt niet vaak dat een opdrachtgever gelijktijdig vraagt aan twee adviesbureaus om dezelfde vraagstuk te lijf te gaan. Dat is in dit project speciaal gedaan omdat het werken met meerdere modellen, ieder met een eigen proces en insteek, meerwaarde biedt om zekerheden en onzekerheden gestructureerd te verkennen.
CE Delft zet het CEGOIA model in. Dit model ‘optimaliseert’ per buurt, en bepaalt de keuze van de warmtetechniek en de keuze voor woningverbetering op een manier dat de oplossing voor alle Groninger wijken zo gunstig mogelijk wordt, gegeven de beschikbaarheid van schaarse bronnen.
Quintel zet het Energietransitiemodel in. Dit model beredeneert op basis van de buurteigenschappen en praktijkervaring welk scenario en energiedrager (warmte, elektriciteit, groen gas) voor de wijk opportuun is. Daarbij worden dezelfde beperkingen ten aanzien van de beschikbaarheid van duurzame bronnen meegenomen. Ondanks de verschillende aanpak van beide modellen, komt er voor een aantal buurten eenzelfde uitkomst uit. Er zijn ook wijken waar de modellen het niet eens met elkaar zijn. De onderzoekers van CE Delft en Quintel hebben geleerd dat óók onzekere en ogenschijnlijk tegenstrijdige uitkomsten waarde hebben voor de transitieplannen op wijkniveau - zowel inhoudelijk als procesmatig. Door te zoeken waar dat verschil in zit, wordt het voor opdrachtgevers duidelijker wat de relevante factoren zijn die tot een dergelijk verschil leiden.

Voorkeursalternatief
Het project heeft geresulteerd in een voorkeursalternatief voor een deel van de wijken in Groningen. Het Groningse college van B&W zal deze zomer, mede op basis van dit onderzoek, een ‘openingsbod’ voor alle wijken van de gemeente aan de gemeenteraad presenteren. Met het openingsbod gaat de gemeente vervolgens de wijken in, te beginnen in de wijken die als eerste van het aardgas af kunnen. Samen met bewoners, woningcorporaties, bedrijven, netbeheerders en andere belanghebbenden worden in deze wijken de mogelijkheden verder uitgewerkt tot concrete wijkenergieplannen. Gevolgen voor de energienetten Voor Enexis Netbeheer en Gasunie zijn de keuzes die in de wijken gemaakt worden voor een duurzame warmte- en energievoorziening belangrijk, want de netbeheerders moeten weten wat de gevolgen zijn voor de bestaande gasleidingen en elektriciteitsnetten. Moeten gasleidingen wel of niet vervangen worden? Of moeten het elektriciteitsnet verzwaard worden? Het overschot aan duurzaam opgewekte elektriciteit moet ingepast worden in het duurzame energiesysteem. Naast het uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk valt te denken aan het inzetten van flexibiliteit, het opslaan van elektriciteit in accu’s en het omzetten van elektriciteit in waterstof. LINK naar rapport Openingsbod Groningen.

11 april 2019 | CE Delft statiegeldonderzoek in Nieuwsuur

"Als we de doelstelling willen halen om uiteindelijk 90 procent van onze flesjes te recyclen, heb je echt statiegeld nodig. Anders is het vrijwel onmogelijk", aldus Geert Bergsma in Nieuwsuur van 10 april. De onderzoeker legt uit dat juist de financiële prikkel ervoor zorgt dat mensen de flesjes inleveren. "Mensen denken daardoor: deze fles heeft waarde als ik het terugbreng."

11 april 2019 | Klimaatbeleid industrie, bijdrage rondetafel Tweede Kamer
Frans Rooijers, Rondetafelgesprek Klimaattafel industrie, Commissie EZK Tweede Kamer Den Haag, 11 april 2019

Persbericht - Openhaarden meest vervuilende verwarmingstechniek
Uit de studie ‘Milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming’ van CE Delft blijkt dat verwarming van woningen met open haarden 250 keer hogere milieuschadekosten heeft dan verwarming met moderne gasgestookte CV- toestellen. De studie onderzoekt de milieuschadekosten ten gevolge van verschillende manieren van woningverwarming in Vlaanderen voor de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Over het algemeen blijkt dat verwarmingstechnieken op woningniveau (dus geen collectieve verwarmingsinstallaties) die gebruik maken van hout, veel hogere milieuschadekosten hebben dan technieken die gebruik maken van aardgas of stookolie. Ook de nieuwste houtgestookte individuele  toestellen voor ruimteverwarming (zoals gesloten houtkachels of ketels die op hout worden gestookt) hebben schadekosten die 5 tot 12 keer hoger zijn dan de milieuschadekosten van de schoonste gasgestookte CV-ketels. In tegenstelling tot open haarden worden deze modernere kachels en ketels wel steeds meer als hoofdverwarming gebruikt. Dit leidt tot gezondheidsschade en negatieve effecten voor natuur en gebouwen. De cijfers in de samenvatting van het rapport zijn gebaseerd op de stedelijke omgeving in Vlaanderen. Milieuschadekostenfactoren in stedelijke omgeving zijn hoger dan die in de landelijke omgeving. Voor alle duidelijkheid: de schadekosten zijn voor particuliere houtstook en dus niet voor zakelijke installaties waarvoor strengere eisen gelden en die  regelmatig gekeurd moeten worden. Op dit moment bezien we waar de beschreven milieuschadekosten in Nederland afwijken van de Vlaamse situatie. Emissiefactoren, en daarmee milieuschadekosten, worden daarnaast mede bepaald door het al dan niet toepassen van nageschakelde filters op de rookgasafvoer, zoals beschreven in hfd. 6 van het rapport.

25 februari 2019 | Quick scan mogelijke maatregelen emissiereductie in negen EU-landen
In het Regeerakkoord is afgesproken dat Nederland in Europa pleit voor een verhoging van het emissiereductie doel naar 55% in 2030 (het huidige doel is ten minste 40%). Mocht een aangescherpte doelstelling in de EU niet haalbaar blijken, dan zal Nederland ernaar streven om met gelijkgestemde Noordwest-Europese landen tot ambitieuzere afspraken te komen dan de door de EU-toegewezen landenallocatie. Door samen op te trekken met onze buurlanden voorkomen we grote concurrentienadelen voor de Nederlandse economie. CE Delft heeft in dit verband een quick scan uitgevoerd naar mogelijke maatregelen die een kopgroep van landen gezamenlijk zou kunnen uitvoeren om efficiënter haar klimaatdoel te houden. In de quick scan heeft CE Delft uiteengezet welke maatregelen er in andere Noordwest-Europese landen worden genomen, waar er overlap zit tussen de maatregelen, welke maatregelen een groter effect zouden hebben als een kopgroep ze gezamenlijk zou implementeren en op welke terreinen er nog maatregelen genomen moeten worden. De resultaten van de studie zijn gebruikt voor een ambtelijke inventarisatie van beleidsopties. 

6 februari 2019 | NRC-opiniebijdrage: Een CO2- heffing hoeft geen banen te kosten
Sander de Bruyn en Robert Vergeer over CO2-heffing industrie. 

5 februari 2019 | BNR radio interviewt Sander de Bruyn over effecten CO2-beprijzing industrie
Toelichting op CE Delft studie Effecten van CO2-beprijzing in de industrie start op 05-02-2019: 17:33:10

31 januari 2019 | RTL Z vraagt zich af: Waarom is je energierekening hoog en die van de industrie laag?
RTL Z interviewt Frans Rooijers over subsidies en belasting voor duurzame energie én voor fossiele energie. En schrijft op de website een artikel over het CE Delft onderzoek External Costs Charge. A policy instrument for climate change mitigation onder de titel 'Vlees en vliegen duurder? Voer een btw in voor klimaatbelastende producten'

27 januari 2019 | Vroege Vogels radio: Wel of geen CO2-heffing
Directeur Frans Rooijers legt in Vroege Vogels uit hoe zo’n heffing werkt en wat de voor- en nadelen zijn. CE Delft deed in het verleden al meerdere malen onderzoek naar de invoering van CO2-heffing in Nederland. 

16 januari 2019 | Het economisch belang van luchtvaart, Is stilstand of krimp slecht voor Nederland?
Jasper Faber, 16 januari 2019, NRC-debat Pakhuis De Zwijger, Amsterdam

12 januari 2019 | TV-programma Kassa over gratis tassenverbod
Het televisieprogramma Kassa ging zaterdag 12 januari over CE Delft-onderzoek uit 2016 naar het beprijzen van álle tassen. In opdracht van NRK Verpakkingen heeft Lonneke de Graaff in 2016 een verkennend onderzoek uitgevoerd of het verbod op gratis plastic tassen kan gelden voor álle materialen. Bekijk programma.