Mailvisie september 2018

Marktplaats

In de afgelopen vijf jaar is de overgang naar een circulaire economie een belangrijke beleidskwestie geworden. Het is in Nederland opgenomen in het Grondstoffenakkoord. De website Marktplaats.nl (onderdeel van eBay) faciliteert de handel in tweedehands goederen en heeft daarmee een belangrijke rol bij hergebruik en het voorkomen van de aanschaf van nieuwe producten. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in het effect van de activiteiten van Marktplaats op de circulaire economie. Vier productgroepen worden onderzocht. Het effect zal worden uitgedrukt in ecologische termen (CO2-reductie en besparingsbronnen). Meer informatie: Lonneke de Graaff

Chemische recycling

De ontwikkeling van chemische recycling wordt mede bepaald van afvalstromen uit het buitenland. Als dit op redelijk grote schaal mogelijk wordt is een CO2-reductie van 2,7 Mton per jaar mogelijk in 2030. Chemische recycling kan een interessante optie zijn als aanvulling op de huidige mechanische recycling. Het was tot nu niet bekend wat het volume is van kunststofstromen in Nederland die geschikt zijn voor chemische recycling. Daarnaast was er over het milieuvoordeel nog relatief weinig bekend. Om inzicht te bieden in deze kwesties koppelt de studie Verkenning chemische recycling gegevens over geschikte afvalstromen aan indicatieve kengetallen voor de klimaatemissies voor inno­vatieve chemische recyclingtechnieken. Hierbij wordt ingezoomd op drie kunststof afvalstromen: uitvallen uit (mechanische) recyclingketens, lastig te recyclen monostromen (PET-trays en broom­houdend EPS) en mixed plasticstromen (DKR-350). Bij deze drie stromen zou chemische recycling de huidige mechanische recycling goed kunnen aanvullen. Meer informatie: Geert Bergsma

Energieprestatievergoeding

Verhuurders kunnen een vergoeding van huurders vragen als ze woningen zeer energiezuinig maken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft CE Delft gevraagd de Wet Energieprestatievergoeding te evalueren om te zien of de wet effectief en doelmatig bijdraagt aan de renovatie van een woning tot zeer energiezuinig. Meer informatie Martijn Blom

CO2-prijs industrie

Het Kabinet overweegt de introductie van een CO2-minimumprijs voor elektriciteitsproducenten in 2020. De minimumprijs moet oplopen van 18 euro in 2020 tot 43 euro in 2030. Voor het ministerie van Financiën onderzoekt CE Delft wat de effecten op de concurrentiepositie zouden zijn als deze heffing zou worden uitgebreid naar een industriebrede heffing op CO2-emissies die onder het ETS vallen. Het doel van deze studie voor het ministerie van Financiën is om inzicht te geven in de effecten van de verbreding van een CO2-minimumprijs in de meest energie-intensieve industriële sectoren: ijzer en staal, petrochemie, industriële gassen, kunstmest, voedingsmiddelenindustrie, raffinaderijen en papier/grafische industrie. De studie is in afrondende fase. Meer informatie: Sander de Bruyn

Biobased spaanplaat

De meubelindustrie gebruikt nu een bindmiddel voor spaanplaat en MDF, gebaseerd op fossiele grondstoffen (o.a. formaldehyde). Om de toenemende wereldwijde gebruik van spaanplaat/MDF en klimaatverandering het hoofd te bieden, zijn innovatieve bindmiddelen nodig om de uitstoot van broeikasgassen en de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen te verminderen. CE Delft neemt deel aan een Europees consortium van bedrijven en producenten die in het SUSBIND-project onderzoek doen naar nieuwe biobased bindmiddelen. CE Delft waarborgt tijdens de techniekontwikkeling dat de lijm een lagere CO2-voetafdruk heeft dan de conventionele lijm, niet schadelijk is voor de gezondheid en dat deze bindmiddelen voldoen aan alle markt- en regelgevingseisen. Meer informatie: Sanne Nusselder

Jubileumonderzoek: Belasting op toegevoegde koolstof

Eén van de grootste problemen om een effectief klimaatbeleid te voeren, is dat de extra kosten zwaar drukken op bedrijven die op de internationale markt moeten concurreren. Voor dit laatste probleem is in principe een oplossing denkbaar als niet de bedrijven de kosten betalen, maar de afnemer van hun diensten en producten. Dat kan door een zogenaamde Belasting op Toegevoegde Koolstof (BTK). Vergelijkbaar met de BTW ontstaat een systeem waarbij bedrijven aan elkaar hun gebruikte koolstof doorbelasten en uiteindelijk de consument betaalt. Bedrijven kunnen de betaalde belasting terugkrijgen en ook over geïmporteerde goederen wordt de BTK berekend. CE Delft heeft het idee opgevat om ter ere van haar 40-jarig jubileum het systeem van Belasting op Toegevoegde Koolstof uit te werken met het doel om uit de impasse te komen, om een bruikbaar instrument te ontwikkelen dat vergaande stappen ook voor de industrie mogelijk maakt, maar toch geen barrière opwerpt voor ondernemen over de grenzen. Meer informatie: Frans Rooijers

Warmtetransitie Tilburg

De gemeente Tilburg heeft CE Delft gevraagd om een verkennende studie te doen naar de energieinfrastructuur in vijf wijken, om met bewoners en partners in gesprek te gaan. CE Delft gaat voor de vijf wijken de scenario’s voor een CO2-vrije warmtevoorziening ontwikkelen, en vervolgens wordt, samen met Ingenieursbureau Rotterdam Engineering, per wijk onderzocht welke fysieke infrastructuur daarvoor nodig is (bijv. trafostations elektriciteitsnet) en hoe die voorzieningen fysiek ingepast kunnen worden in de wijk of de ondergrond. Ook de impact van die nieuwe infrastructuur op de woningen wordt onderzocht. Daarnaast wordt ook een wijk in de aanpalende gemeente Oisterwijk op dezelfde manier onderzocht. Meer informatie: Maarten Afman

Elektrificatie Kanaalzone Gent-Terneuzen

Voor het efficiënt aan land brengen van grote hoeveelheden windenergie van de Noordzee is het belangrijk die zo dicht mogelijk langs de kust te gebruiken om te voorkomen dat ook landinwaarts de netten sterk verzwaard moeten worden. Doel van het project Elektrificatiepotentieel Kanaalzone is om voor zes bedrijven langs het Noordzeekanaal in Noord-Holland in kaart te brengen wat het huidige energiegebruik is, welk aandeel daarvan elektriciteit is en hoe de totale omvang van de benodigde hoeveelheid elektriciteit kan gaan veranderen richting 2025 en 2030 met een doorkijkje naar 2050. Belangrijk daarbij is welk deel van de vraag continu bediend moet kunnen worden en welk deel afschakelbaar is en/of met (waterstof)gas kan worden bediend (flexmogelijkheden bv. hybride ketels). Drie relevante scenario’s worden verkend. Meer informatie Marit van Lieshout