Effecten van CO2-beprijzing in de industrie

CO2-reducties, kostprijsverhoging en koolstoflekkage

In het Regeerakkoord is aangekondigd dat er een CO2-minimumprijs voor elektriciteitsproducenten wordt ingevoerd in 2020. De CO2-minimumprijs bestaat uit de prijs voor emissierechten in het EU ETS plus een heffing zodat er minimaal € 18/tCO2 wordt betaald in 2020, oplopend naar € 43 in 2030. Met het oog op de maatregelen die invulling moeten geven aan het Klimaatakkoord bestaat de vraag welke effecten uitbreiding van de CO2-minimumprijs naar de industrie die onder het ETS valt zou betekenen. Onderzocht werd wat de effecten van een dergelijke heffing zijn voor de meest energie-intensieve industriële sectoren: ijzer en staal, petrochemie, industriële gassen, kunstmest, voedingsmiddelenindustrie, raffinaderijen en de papierindustrie. Daarbij is uitsluitend gekeken naar het effect van de CO2-heffing op de ontwikkeling van de kostprijzen, de behaalde CO2-reductie én de concurrentiepositie van de industrie.

Een unilaterale CO2-minimumprijs zal leiden tot hogere kosten voor Nederlandse bedrijven die aan het EU ETS deelnemen. Omdat bedrijven de kostprijsverhoging zullen willen beperken, gaan ze over tot maatregelen die de CO2-uitstoot reduceren (energiebesparing, CCS, biomassa). Een deel van de kostprijsverhoging kunnen ze echter niet vermijden en dit kan leiden tot een verslechtering van hun internationale concurrentiepositie als de heffingsopbrengsten niet worden teruggesluisd naar de industrie. Uit onze berekeningen blijkt dat introductie van een CO2-minimumprijs in de industrie die niet wordt teruggesluisd zou leiden tot een kostprijsstijging die per sector varieert van enkele tienden van procenten voor de voedselindustrie tot 3,8% voor de kunstmestindustrie ten opzichte van het basispad van CO2-prijzen uit de World Energy Outlook. Deze kostprijsstijging zal leiden tot een verlies aan concurrentiepositie. De totale effecten daarvan zijn zeer onzeker: aan de onderkant bedraagt het weglekeffect enkele tienden van procenten in de voedselindustrie tot maximaal 5% in de kunstmestindustrie. Aan de bovenkant van de onzekerheidsmarge kunnen de weglekeffecten in met name de ijzer en staalindustrie ook veel groter zijn en oplopen tot meer dan 35% voor deze sector.

Deze weglekeffecten kunnen sterk verminderd worden als de CO2-prijzen ook tot innovatie leiden, als de heffing meer wordt afgestemd op het beleid in de ons omringende landen of als de opbrengsten van de CO2-heffing worden aangewend tot een verlaging van de energiekosten voor het bedrijfsleven. Een eerste analyse laat zien dat er ruimte is om de energie of CO2-prijzen voor de industrie te verhogen zonder verlies aan concurrentiepositie omdat de energie-intensieve industrie in de ons omringende landen hogere energiekosten kent dan de Nederlandse industrie.

In de eerdere versie van de studie ‘Effecten van CO2-beprijzing in de industrie’ zijn twee fouten zijn geslopen.
Deze fouten zijn door ons gecorrigeerd. Hier vindt u een nadere toelichting op de wijzigiingen.

 

Projectleider

Sander de Bruyn

Effecten van CO2 beprijzing industrie

Auteurs CE

Sander de Bruyn
Harry Croezen
Marit van Lieshout
Isabel Nieuwenhuijse
Robert Vergeer

Delft, december 2018