Milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming

Uit de studie ‘Milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming’ van CE Delft blijkt dat verwarming van woningen met open haarden 250 keer hogere milieuschadekosten heeft dan verwarming met moderne gasgestookte CV- toestellen. De studie onderzoekt de milieuschadekosten ten gevolge van verschillende manieren van woningverwarming in Vlaanderen voor de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Over het algemeen blijkt dat verwarmingstechnieken op woningniveau (dus geen collectieve verwarmingsinstallaties) die gebruik maken van hout, veel hogere milieuschadekosten hebben dan technieken die gebruik maken van aardgas of stookolie. Ook de nieuwste houtgestookte individuele  toestellen voor ruimteverwarming (zoals gesloten houtkachels of ketels die op hout worden gestookt) hebben schadekosten die 5 tot 12 keer hoger zijn dan de milieuschadekosten van de schoonste gasgestookte CV-ketels. In tegenstelling tot open haarden worden deze modernere kachels en ketels wel steeds meer als hoofdverwarming gebruikt. Dit leidt tot gezondheidsschade en negatieve effecten voor natuur en gebouwen.

De cijfers in de samenvatting van het rapport zijn gebaseerd op de stedelijke omgeving in Vlaanderen. Milieuschadekostenfactoren in stedelijke omgeving zijn hoger dan die in de landelijke omgeving. Voor alle duidelijkheid: de schadekosten zijn voor particuliere houtstook en dus niet voor zakelijke installaties waarvoor strengere eisen gelden en die  regelmatig gekeurd moeten worden.

Op dit moment bezien we waar de beschreven milieuschadekosten in Nederland afwijken van de Vlaamse situatie. Emissiefactoren, en daarmee milieuschadekosten, worden daarnaast mede bepaald door het al dan niet toepassen van nageschakelde filters op de rookgasafvoer, zoals beschreven in hfd. 6 van het rapport.

Digitale bijlage Milieuschadekosten woningverwarming Vlaanderen 

Projectleider

Sander de Bruyn

Milieuschadekosten van verschillende technologieën voor woningverwarming

Auteurs CE

Marijn Bijleveld
Sander de Bruyn
Marisa Korteland
Reinier van der Veen

Delft, maart 2019