CO2-balansen groengasketens

Vergisting en vergassing

Bestaande en veelgebruikte overzichten van CO2-kentallen, zoals www.CO2-emissiefactoren.nl, hanteren verouderde ketenwaardes voor CO2-emissies. Co-vergisting levert in die bron bijvoorbeeld een reductie van ‘slechts’ 33% t.o.v. de waarde voor aardgas in dezelfde lijst. De hedendaagse praktijk voor groengas is fundamenteel anders, zowel wat betreft vergistingsprocessen als wat betreft nieuwe processen zoals vergassing. Deze studie geeft weer een compleet en actueel beeld.

De emissiereductie van vergistingsketens varieert van 50-80%, afhankelijk van feedstock en toepassing. Wanneer conform de Europese RED-rekenmethodiek ook het effect van vermeden emissies uit mestopslag wordt meegerekend ligt het CO2-eq.-emissiereductie effect bij mestvergisting 183%punt hoger. Wanneer gebruik wordt gemaakt van CO2-vastlegging (CCS/CCU) stijgt dit tot 90-136%. Ingeval daarnaast ook rekening wordt gehouden met de broeikasgasemissiereductie van bijproducten stijgt de range naar 149-223%.

De emissiereductie van vergassingsketens varieert van 75-97%, waarbij de hoogst genoemde waarde geldt voor superkritische watervergassing. Als ook bij de vergassingsketens gebruik wordt gemaakt van CO2-vastlegging (CCS/CCU) stijgt dit tot 121-160%.

Het doel van deze studie is drieledig:

  • In de eerste plaats een actualisering van de CO2-kentallen voor op vergisting en biogasopwerking gebaseerde productieroutes voor groengas en bioLNG.
  • In de tweede plaats een doorkijk naar de nabije toekomst in de vorm van CO2-kentallen voor nu in ontwikkeling zijnde productieroutes, gebaseerd op vergassing van droge en natte biomassa.
  • Door actualisering van deze CO2-kengetallen zijn er betere onafhankelijke gegevens beschikbaar om groengas te positioneren in de uitvoering van het Klimaatakkoord en de CO2-gerelateerde beleidsinstrumenten.

Projectleider

Cor Leguijt

         

CO2-balansen groengasketens
English Summary

Auteurs CE

Harry Croezen
Anouk van Grinsven
Cor Leguijt
Isabel Nieuwenhuijse

Delft, juni 2019