State of play of internalisation in the European transport sector

Het doel van deze studie was om een beoordeling te geven van de mate waarin de externe kosten en infrastructuurkosten van de diverse vervoersmodaliteiten door transportbelastingen en -heffingen worden gedekt. Het potentieel voor verdergaander internalisatie van kosten is ook onderzocht. Deze evaluaties zijn uitgevoerd voor alle 28 EU-lidstaten en ook voor enkele andere landen (Noorwegen, Zwitserland, de Verenigde Staten, Canada en Japan).

De resultaten van deze studie laten zien dat de externe en infrastructuurkosten van het vervoer in de EU28 slechts gedeeltelijk worden geïnternaliseerd. Voor de meeste modaliteiten worden slechts 15 tot 25% van deze kosten door inkomsten van de huidige vervoersbelastingen en -heffingen gedekt. Er zijn ook weinig aanwijzingen dat marginale sociale kosten in significante mate als uitganspunt worden gehanteerd bij de beprijzing van vervoer en verkeer in de EU28. Tenslotte, voor de meeste modaliteiten (behalve de zee- en luchtvaart) worden infrastructuurkosten niet door infrastructuurheffingen gedekt, hetgeen betekent dat het principe van ‘de gebruiker betaalt’ dikwijls genegeerd wordt.

Voor alle vervoersmodaliteiten zijn er diverse mogelijkheden om kosten verder te internaliseren, waaronder de invoering van nieuwe economische instrumenten of andere vormen van beleid (zoals command-and-control-maatregelen) en verdere differentiatie van bestaande vervoersbelastingen en -heffingen.

Dit rapport is opgesteld als onderdeel van de bredere studie ‘Sustainable Transport Infrastructure Charging and Internalisation of Transport Externalities’ in opdracht van de Europese Commissie DG MOVE. Voor meer informatie over de andere deliverables van dit project, klik hier.

Projectleider

Arno Schroten

State of Play of Internalisation in the European Transport Sector
Annexes

Auteurs CE

Huib van Essen
Arno Schroten
Lisanne van Wijngaarden

Co-auteurs

INFRAS

TRT

Ricardo

Luxemburg, mei 2019