Footprint duurzame bedrijfsvoering Rijk

Het ministerie van BZK heeft aan CE Delft gevraagd een studie uit te voeren om inzicht te krijgen in de CO2-footprint van de inkoop van producten voor de Rijksbedrijfsvoering. In deze studie worden de volgende vragen beantwoord: Waar zit de grootste klimaatimpact? Hoe kun je als Rijksoverheid een toegevoegde waarde leveren bij bedrijfsvoering en inkoop? En welke potentiële winst is er te behalen?

Energiegebruik en mobiliteit dragen het meest bij aan klimaatimpact
De totale klimaatimpact van de onderzochte categorieën wordt geschat op zo’n 660 kiloton (kton) CO2-eq. Dit komt overeen met de klimaatimpact van het jaarlijkse gas- en elektriciteits­verbruik van ongeveer 150.000 huishoudens. Het gaat hierbij om zowel Scope 1 en Scope 2 (de ‘eigen’ impact door gasverbruik, brandstofverbruik, aangeschafte elektriciteit en zakelijk vervoer) als Scope 3 (de impact door woon-werkverkeer en de impact in de keten door productie, vervoer, onderhoud en verwerking aan het einde van de levensduur van aangeschafte producten).

De drie categorieën die het meest bijdragen aan de klimaatimpact van de Rijksbedrijfsvoering zijn Energie (50%), Mobiliteit en transport (28%) en Gebouw en onderhoud. De andere vier categorieën (Datacenters en ICT-hardware, Catering, Kantoorinrichting en Afvalverwerking) beslaan gezamenlijk minder dan 10% van de klimaatimpact.

Hoe kan de klimaatimpact worden verminderd?
De belangrijke maatregelen om de CO2-impact in Scope 1 en 2 te reduceren zijn: energiebesparing en zelf investeren in hernieuwbare energiebronnen.

Ook het afsluiten van een Purchase Power Agreement, kopen van (meer) Nederlandse Garanties van Oorsprong (GvO’s) en besparing op mobiliteit kunnen de CO2-impact verminderen.

De exacte winst die deze maatregelen opleveren, kon niet worden berekend, omdat de benodigde specifieke informatie daarvoor ontbrak. Wel zijn er maatregelen doorgerekend voor het verlagen van de klimaatimpact in de keten (Scope 3). Daarbij gaat het om bijvoorbeeld minder producten kopen, verlengen van de levensduur en hergebruik van producten en materialen. De berekende maat­regelen (met de potentiële winst erachter) zijn:

  • 50% van de dieselauto’s vervangen door elektrische auto’s (10,5 kton CO2-eq.);
  • 20% van de vliegreizen vervangen door treinreizen (16,8 kton CO2-eq.);
  • de levensduur van ICT-apparatuur twee jaar verlengen (5 kton CO2-eq.);
  • vlees en vis vervangen door vleesvervangers & ei (2,2 kton CO2-eq. en indien ook zuivel wordt vervangen: 4,7 kton CO2-eq.);
  • refurbished meubilair kiezen (2,35 kton CO2-eq.); 
  • 10% zuinigere ICT-apparatuur kiezen (0,42 kton CO2-eq.).

Doelstelling
De overheid hanteert voor Scope 1 en 2 een doelstelling van 100% reductie in 2030, deels middels compensatie. Voor Scope 3 kan de overheid, in navolging van het Parijsakkoord, streven naar 49% reductie van klimaatemissies. In deze studie is berekend dat dit een besparing van 121 kton CO2-eq./jaar betekent. De berekende maatregelen bij elkaar realiseren nog niet de helft daarvan. De studie beschrijft ideeën voor andere maatregelen om de klimaatimpact in Scope 3 verder te verlagen, zoals minder bouwen en duurzaam bouwen, mobiliteitsbeperkende maatregelen, eiwittransitie bij banqueting, vergaderservice en dranken en stimuleren van hoogwaardige verwerking van afval (recycling).

Projectleider

Lonneke de Graaff

Footprint duurzame bedrijfsvoering Rijk
Managementsamenvatting

Auteurs CE

Geert Bergsma
Martijn Broeren
Lonneke de Graaff
Isabel Nieuwenhuijse
Lynn Snijder
Lonneke Wielders

Delft, mei 2019