Rapport

Resultaat Enquête duurzame import van biomassa

In de strijd tegen klimaatverandering wordt steeds vaker biomassa ingezet als alternatief voor fossiele brandstoffen. Van belang is dat de winst aan duurzaamheid die Nederland hierdoor kan boeken, niet ten koste gaat van duurzaamheid in de productielanden. Daarom ontwikkelt de projectgroep ‘Duurzame import van biomassa’ onder leiding van prof Jacqueline Cramer een set aspecten aan de hand waarvan de duurzaamheid van biomassa aangetoond kan worden. Voor het toetsen van draagvlak hiervoor heeft CE een webenquête uitgezet onder stakeholders. Hierop hebben 104 respondenten gereageerd. In het rapport zijn alle resultaten en conclusies gespreid over NGO’s, bedrijfsleven, overheid en algemeen gerapporteerd. Een aantal opvallende conclusies zijn:

  • Het merendeel van de respondenten acht een duurzaamheidstoets voor biomassa, mogelijk mits er adequate duurzaamheideisen gesteld worden (68%)
  • Vrijwel alle respondenten vinden dat de duurzaamheidscriteria moeten gelden voor alle toepassingen van biomassa (90%)
  • Of duurzaamheidscriteria afhankelijk moeten zijn van de productieregio wordt door de respondenten heel verschillend gezien (helft voor helft tegen)
  • Veel NGO’s vinden dat duurzaamheidscriteria specifiek zouden moeten zijn per biomassastroom (50%), in tegenstelling tot het bedrijfsleven dat pleit voor een gelijke set aan criteria voor alle stromen.
  • Het merendeel van de respondenten vindt dat biomassacriteria moeten gelden voor zowel projecten met als zonder subsidie
  • Wel geeft een grote meerderheid aan dat subsidie voor biomassa afhankelijk dient te zijn van de mate van duurzaamheid (72%) en dan met name ook van de CO2-emissiereductie omdat dit als belangrijkste factor wordt gezien.
  • Wat betreft het aspect GMO bestaat een groot verschil van mening tussen NGO’s en bedrijven. Circa 75% van de NGO’s wil dit meenemen en slechts 10% van de bedrijven
  • Spontaan zijn ook een aantal aspecten toegevoegd. Opvallend vaak worden aandacht voor kleinschalige gezinslandbouw en een zo hoog mogelijk opbrengst en CO2-reductie per hectare landbouwgrond genoemd. Aanbevolen wordt dit laatste punt ook mee te nemen mede om het aspect ‘voorkomen van concurrentie met voedselproductie’ praktisch vorm te geven.

Het rapport besluit met een concreet advies op basis van de enquete voor duurzaamheidsvoorwaarden voor biomassa. De commissie Cramer heeft haar rapport van augustus 2006 voor een flink deel gebaseerd op de resultaten en evaluatie van de enquete.

Auteurs